Likebuttons.

november 30th, 2011 § 2 reacties

De likebutton maakt het leven beter. Ik ben een liker. Altijd al geweest. Ook ten tijde van Hyves, toen het nog cool was en er geen breezersletjes ronddoolden. Althans, wij waanden onszelf geen breezersletjes. Wij dronken immers geen breezers, laat staan dat we ervoor pijpten. Wij waren slechts een stel degelijke meisjes die sporadisch de o voor een nul inwisselden en experimenteerden met vette of cursieve letters. En we respecteerden. Als een malle. Alle foto’s, iedere krabbel, elke blog. Respecteren wat er te respecteren valt.

Toen viel Hyves weg. Het lelijke gele design wat ik altijd zelf pimpte werd vervangen door het lelijke onpimpbare design van Facebook. Dat was beter. Ik hoefde niet langer alles te respecteren. Ik kon iets leuk vinden. De internetwereld is er overigens een stuk onvriendelijker op geworden nu er niet meer gerespecteerd wordt. Of ik ben gewoon groot geworden, ander dilemma. Ik like tegenwoordig. Alles. Foto’s, filmpjes, reacties, docs, blogs, apps, ik like zelfs mensen, al vergt dat nog enige uittypkunst. Als ik maar kan liken.

Liken is mijn leven. Ik knipoog niet meer vriendelijk naar de jongen die onze drankjes serveert. De buschauffeur zeg ok geen gedag meer als ik incheck, en niet eens omdat hij vaak gewoon niet komt. Het meisje van de supermarkt bedank ik niet meer voor het bonnetje en ook voeren mijn vrienden en ik niet echt meer een normale conversatie. Ik steek slechts mijn duim op en roep zo nu en dan ‘like’. Het bekt veel lekkerder dan ‘respecteer’, en het typt ook makkelijker. Het maakt het leven makkelijker. Alles zou een likebutton moeten hebben. Stel je voor, je zit in de kroeg en meent oprechte interesse te hebben in een onbekend persoon in de kroeg. Je hoeft slechts op de likebutton te drukken voor de letterlijke klik. En boemklats, daar is je chat, fysiek en wel. Tot die button er is draag ik altijd een stapeltje stickers mee waarde likebutton op staat afgebeeld, die plak ik op de mooie dingem des levens en op de leuke mensen die ik zie.

Mark Zuckerberg is een held. Echt. Hij neemt dan misschien de wereld over, maar hij maakt het zoveel makkelijker. Hij maakt de wereld beter. Als iedereen zou liken was er wereldvrede. Het maakt je een beter mens. Ik ben een liker. Dank je, Mark.

Goudlokje en de kapper

november 24th, 2011 § 1 reactie

Het enige wat ik wilde was mijn haar knippen. Gewoon de gespeleten haarpuntjes eraf. Mijn lange blonde lokken iets inkorten in ruil voor een gezonde coupe. Mijn wilde haren temperen, zodat ik er weer ongegeneerd mee in de wind kon zwieren, wapperen en al die andere dingen die de modellen met de extreem glanzende en glimmende haren altijd doen in die idealistische shampooreclames.

Dus ik ging naar de kapper. Laten we één ding vooropstellen: ik heb een gruwelijke hekel aan de kapper. Normaal gesproken krijg je wat terug voor de talloze euro’s die je aan lucht uit lijkt te geven. Stappen, alcohol, je krijgt naast een eventuele alcoholische versnapering een malle avond en af en toe een ridicuul of ongepast voorstel vanwege de mensen om je heen die een alcoholische snack teveel op hebben. Roken, je krijgt er sigaretten voor terug. Die gaan dan wel weer letterlijk in rook op, maar dat terzijde. De kapper niet. In plaats van dat je er iets voor terug krijgt nemen ze iets van je. Mijn haar. Mijn dierbare, lange haar. Zonder pardon, zonder een beetje liefde.

Daarom heb ik zo’n hekel aan de kapper. Maar mijn geliefde Goudlokjes-coupe was al een paar dagen niet meer zo Goudlokje-like. Van uitstel komt afstel, dus ik had besloten te gaan voordat er cogeltjes in mijn haar kwamen wonen, zelfs in de winter. Na wat research besloot ik naar mijn oude vertrouwde kapper te gaan, ze had mijn boosheid, verdriet, angst, mijn emotionele achtbaan altijd weer doorstaan. Enige probleem: zij knipte buiten de stad. En ik had geen fiets aan mijn zijde. Ik ging met de bus. Voor de zekerheid vroeg ik of hij wel naar het Euterpeplein ging. Hij was er van overtuigd. De halte na ‘t Stier moest ik hebben. Ik had toen al beter moeten weten, hij wist de haltenaam niet. ‘t Stier kwam. ‘Meneer?’ vroeg ik beduusd. ‘Bent u niet in de war met het Neptunesplein?’ Hij staarde voor zich uit, het was blijkbaar zijn denkstand. ‘Ach ja.’ Hij geneerde zich ietwat. En terecht. ‘Je kunt het beste terug gaan en de acht nemen.’ Zuchtend stapte ik uit, terug naar het station. In de bus terug kreeg ik een briljant plan. Ik zou bij de kruisende halte overstappen. Dat zou me schelen. Met gevaar voor eigen leven passeerde ik de scheurende auto’s, zocht het bord op om te kijken hoe erg de schade was. ‘Moest je met de acht?’ vroeg een aardige mevrouw. Ik knikte. ‘Die is net twee minuten weg.’ stampvoetend draaide ik een rondje. ‘Ik geef het op, ik ga wel niet naar die verrekte kapper!’ maar dat kon niet. Ik moest. Ik besloot te voet een kapper te vinden.

Verwilderd en alleen struinde ik door de stad. De kappers die ik tegen kwam waren dertig euro, vijftig euro of spraken alleen Nederlands met zo’n irrita’ Frans accè’. Plots botste ik tegen een kapsalon op die er goedkoop uitzag. Ik ging naar binnen. Me alvast bedenken waar ik het nu weer met de vreemde dame die aan mijn haar knutselde over moest hebben. Dit was de laatste keer dat ik naar de kapper ging. Ooit. De komende drie maanden.

Treinflirt

november 22nd, 2011 § 2 reacties

Terwijl ik stond te genieten van mijn minizakje mini hamkaaschips en hoopte dat mijn voeten niet al voor het dansen eraf zouden vriezen, zag ik hem ineens staan. Lang, galant, een volle bos donker haar, lieve ogen, een stoppelbaardje. Zelfverzekerd en charmant keek hij uit zijn ogen. Hij keek me aan. Vertederd, geadoreerd. Verlegen keek ik hoeveel chipjes ik nog over had en at verder. Het charisma. Hij had een groen leren jack aan. Ik was fan van zijn jas. Zijn schoenen waren vrij doorsnee, maar dat nam ik voor lief. Zijn hoofd was mooi, en ik ben nou eenmaal vrij oppervlakkig als het om reisflirts gaat.

Ik schuifelde wat met mijn voeten over de grond en keek nog eens verlegen zijn kant op. Hij gaf me een grote glimlach. Wat een boost. Ik kon er de hele avond tegen aan. Mijn zelfverzekerdheid was weer de volle honderd procent, of hij nou verder zou flirten in de trein of dat het slechts bij een vluchtige perronflirt zou blijven. Ik ijsbeerde wat om de kou te verdrijven. Hij bekeek me gefascineerd, en lachte nog eens vriendelijk. Ik vond dat ik maar eens terug moest lachen, en zo geschiedde het. Ik vond het daarmee ook wel weer genoeg en draaide me om zodat ik naar de trein kon uitkijken. Ik blijf toch een beetje arrogant. Afstand bewaren, mysterie creeeren, zo zegt de Viva dat het beste werkt. Het jagersinstinct van de man laten werken, en op het juiste moment inhaken. Alle onzin op een stokje, vond ik altijd, maar vandaag kwamen deze regels mij wel goed uit. Laat hem maar jagen, dacht ik. Op een beetje aandacht na hoefde ik immers toch niets van hem. Gemeen, medogeloos, misschien, maar ik blijf een vrouw.

In de verte zag ik de drie vertrouwde lichtjes. Ander spoor. Niet mijn trein. Onze trein. De trein van de groene jas-jongen en mij. Ik draaide me weer naar hem om. Hij lachte nogmaals. Knikte even vriendelijk. Ik smolt. Ik kon er weinig aan doen. Hij moest een naam hebben, ik besloot hem Eddie te noemen. Niet omdat Eddie nou zo’n bloedmooie naam is, maar hij was gewoon een Eddie. Eddie liep met me mee toen ik met de deur mee liep toen de trein mij eindelijk uit mijn ijskoude lijden kwam verlossen. Ik stond links van de deur, Eddie rechts. Tactisch manouvreerde ik me baar boven, Eddie kon me wat. Ik ben een egoist in het openbaar vervoer, zitten zal ik. Boven vond ik een vierzits, voor mezelf. Het kon niet beter. Eddie rende me achterna. Kwam bij me in de vierzits zitten. Dit kon niet beter, het werd de beste treinreis ooit. Hij boog langzaam zijn hoofd naar me toe. Nonchalant deed ik mijn oordopjes uit, alsof ik hem voor het eerst zag. ‘Zeg…’ begon Eddie. ‘Heb jij een kortingskaart waarop ik mag meereizen?’

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1.614 other followers