12/11/2009
Soms denk ik nog wel eens dat ik ooit verstandig zal worden. Ooit, als ik later oud en gepensioneerd ben. En zo af en toe heb ik een opleving kwa verstandigheid. Toen ik die middag even naar huis moest en er een wisselstoring tussen Bilthoven en Den Dolder was, besloot ik maar eerder naar school te gaan. Half drie vertrok ik. Ondertussen haalde ik even snel de Mexicano-prik, en strompelde ik wat verward verder naar de bushalte. De bus kwam. Maar vier minuten te laat. Warempel. Het was zelfs zo uniek dat ik met twintig minuten mij op het station bevond. Ik liep naar binnen. En toen ging het mis.
Ik hoefde geen kaartje te kopen, omdat ik in het bezit ben van een OV-jaarkaart. Dat betekent dat ik volledig gratis mag reizen op maandag tot en met vrijdag in de tweede klas. Daarom liep ik rechtstreeks naar het bord met de vertrektijden. Amersfoort is gezegend met allemaal digitale borden, en zo is het bijna gemakkelijk om te zien of er vertraging is. Ik keek nog eens grondig. De trein naar Rotterdam reed niet. De trein naar Den Haag reed ook niet. Er zat nog maar één ding op. De stoptrein. Enthousiast liep ik naar de stoptrein. Het perron stond vol. Een mevrouw in de luidsprekers riep om dat de trein naar Rotterdam en Den Haag niet reed vanwege een aanrijding. Ik vroeg de conducteur of de stoptrein wel reed. Op dat moment nam de mevrouw in de luidsprekers weer het woord. ‘Dames en heren. In verband met een aanrijding, zal de stoptrein naar Den Dolder, Bilthoven, Utrecht Overvecht en… Utrecht Centraal niet verder rijden dan Bilthoven.’ Ik besloot via Hilversum te reizen, en stapte vol goede moet in de trein die pas vijentwintig minuten later en een gesprek met een doof oud vrouwtje zou vertrekken.
Eindelijk vertrok de trein. Een heel Hollands landschap trok aan mijn zicht voorbij. Hier en daar een lief huisje. Een fietser. Een boer die zijn koeien naar binnen dreef. Schaapjes. Een wolkenlucht. Ik werd er bijna emotioneel van. Maar dat kon ook komen door het feit dat ik de avond daarvoor weinig had geslapen. Emotioneler werd ik toen ik uitstapte op Hilversum Centraal. Ik dacht dat er een beroemdheid stond te signeren, maar iedereen kwam uit de trein. Het was zo vol dat ik werd opgetild en niet eens zelf de trap af hoefde te lopen. Ik begaf me naar spoor 1, waar de trein naar Utrecht zou vertrekken. Het perron stroomde langzaam vol. Weer een vlaag verstandelijkheid kwam voorbij, en ik zette mijn tenen op de witte ‘hier-mag-je-niet-voorbij-want-dan-bots-je-misschien-wel-tegen-de-trein-aan’-streepjes. Een groep waarschijnlijk gamende jongens stond naast me. Toen de trein eraan kwam grepen ze de deur en stopten ze de trein. Onbeleefd en simpel als ze waren, wilden ze de trein instormen voor de meute naar buiten was. Ze stormden naar binnen. Ze sleurden me mee. De rest kwam ook. De conducteur verzocht met een paniekerige toon in zijn stem of we mensen eruit wilde duwen omdat hij anders echt niet weg kon omdat de deur niet dicht wilde.
En toen, eindelijk was Utrecht Centraal in zicht. Ik had nog precies vijf minuten om me in de sardientjesbus te proppen en aan te komen op de Padualaan. Gelukkig stond de bus lief op mij te wachten, met precies zeven passagiers, de buschauffeur en mij erin. De minuten tikten voorbij. Eindelijk kwam de bushalte in zicht. Ik nam mezelf voor niet te vergeten op het knopje te drukken. Ik stapte uit, en banjerde naar binnen. Tijdens mijn lange reis had ik Charlotte geSMSt welk lokaal wij onveilig zouden maken. Ik liep, precies een kwartier te laat naar het lokaal. Het lokaal was leeg. Het was duister en stil. Al die moeite die ik had gedaan om toch nog wat kennis op te halen, ’t was allemaal voor niets. Daar ging mijn laatste restje motivatie.
11/11/2009
Het is toch wat, ik plaats een keer een oproep op mijn blog, en meteen bestookt die Rutger mij weer met mailtjes. Helemaal niet erg, ik houd immers van mailtjes. En van Rutger. Hij is mijn veertien-jarige held. Echt waar, hij is echt veertien. En hij kan echt waar heel goed schrijven. Dat is ook de reden dat hij meedoet aan de columnwedstrijd van SevenDays. Hij wil graag winnen. Terwijl ik net een oproep plaatste. Toen kreeg ik dus een mailtje van hem. Daar stond het volgende in.
“Ingelise!
Over reclame gesproken op je weblog: zou je een stukje kunnen wijden aan mijn Sevendayswedstrijd waarbij ik volgens mijn eigen mening toch echt moet winnen?
Rutger”
Om te stemmen op Rutger, klik hier. Omdat ie ‘t waard is.
11/11/2009
Het is mogelijk, eindelijk. Schaamteloos reclame maken over mijn rug. Ik red het nou eenmaal niet om jullie zelf iedere dag te vermaken. Mocht je ook graag schaamteloos reclame voor jezelf willen maken, stuur een email naar ingelise@live.nl met daarin naast je naam en website en een goede reden, vijf van je mooiste foto’s of een blog/column speciaal geschreven voor mij. Gewoon, omdat het kan.
Waar ik dacht dat ze alleen aan bloggen deed, blijkt ze ook getrouwd te zijn met haar camera. En dat is te zien ook, want Kim Krohne maakt prachtige foto’s. Toen ik haar met knikkende knietjes mailde of ik wat foto’s van haar in de spotlight mocht zetten, werd me dat in dank afgenomen. Kim beschouwde het zelfs als een compliment. Daarom, nu online, de foto’s van Kim Krohne!





10/11/2009
Het is echt niet zo dat ik een enorme liefhebber ben van muzikanten die pedofiele handelingen schijnen te verrichten, maar toen ik hoorde dat Michael Jackson dood was, was ik in shock. Nog geen uur voor ik mijn alom geliefde Twitter opende, had ik ‘Beat It’ gedraaid op een feestje van een vriend. Ik ga nog eens plaatjes draaien. Nu voel ik me namelijk een beetje schuldig. Ik draai ‘Beat It’, en Michael ‘beat’ ‘m. Letterlijk. Een beetje bizar ook da Nu.nl, de site vol nieuws, lifestyle en achterklap, het bericht ‘Michael Jackson overleden’ om half twaalf publiceerde. En wie stond er om half twaalf doodleuk plaatjes te draaien? Juist, ik.
Niet dat ik, zoals ik zal hierboven vermelde, een groot fan ben van Michael, ik wist niet eens dat hij aan huidkanker leed. Dat is nou niet bepaald een grote verrassing voor ons als nuchtere Hollandsche burgers, de geboren en getogen neger was op zijn tijd van sterven, en veel eerder ook blank. Maar toch ben ik een beetje in shock. Ik voel me écht schuldig.
Misschien moet ik me ook niet heel erg schuldig voelen. Het is was immers een verzoeknummer. Maar ik was wel degene die met de computer overweg kon, wij werken helaas niet met het zwarte goud. Ik was degene die na het verzoek van een feestende bezoeker zei: ‘Typ eens ‘Beat It’ in.’ En zo geschiedde het. Het was dus toch een beetje mijn schuld dat Michael ‘m smeerde. Of beter gezegd, dat Michael zei dat we ‘m moesten smeren. Want natuurlijk schreef Michael dit nummer niet voor zichzelf. Hij schreef dit voor iemand anders. Schreef hij dit nummer überhaupt zelf? Was hij daar wel muzikaal genoeg voor? Het zal toch wel, hoe komt men anders aan zijn eigen Nooitgedacht Land? Ooit hoorde ik zelfs dat hij zo diep in de schulden zat, dat hij nog ongeveer tweeëntwintig jaar nummers moest schrijven. Nou, de laatste zeventien jaar zijn er niet meer van gekomen, schat ik zo.
Ondanks mijn schuldgevoel is er één vraag die mij rest. Wie krijgt Neverland? Voor mij is het te laat mezelf over te geven aan de zanger, dus ik zal het ongetwijfeld niet worden. Maar goed ook, anders moest ik nog zeventien jaar liedjes schrijven. En ik denk niet dat er veel potentiële hitjes uit mijn computer komen. Mijn toekomst is dus veilig gesteld. Maar wie is er dan wel verdoemd tot het zeventien jaar lang schrijven van liedjes? Het antwoord lijkt me duidelijk. Niemand. Vanaf vandaag zullen platenzaken winst draaien. Jong en oud zal platen kopen, stiekem was hij toch wel een idool. TMF zal een uitzending wijden aan de zanger. Ook de publieke omroep zal niet veilig zijn. Heel 3fm zal in het teken staan van Michael, en ook De Zomer Draait Door zal ongetwijfeld een herdenkingsuitzending aan de zanger wijden. Dit had Michael veel eerder moeten doen. Dood gaan helpt iedereen uit de schulden.
Al met al is het tragisch. Maar goed, om een legende te worden, moet je nou eenmaal tragisch aan je einde komen. Anders was iedereen John Lennon en Tu-Pac ook al lang vergeten.
Deze column werd eerder gepubliceerd op TED.nl.
09/11/2009
Het grote voordeel van bloggen is dat mensen je wel eens een email sturen. Begrijp me niet verkeerd, ik houd van email. Ik houd ook van post. Van ansichtkaarten en brieven. Van SMSjes, van reacties, van twitterberichten, kortom, ik houd gewoon enorm van aandacht en affectie. Niks bloggen om de ervaring, ik ben gewoon vuil aandachtsgeil. Stiekem. Maar dat kun je beter maar even voor je houden. Die mailtjes dus. Ik word steeds vaker gemaild, dat mag overigens vaker, maar het gebeurd al vaker dan vroeger. Vroeger, toen mijn vader mij introduceerde aan het internet. Ik moet een jaar of acht zijn geweest. Nu ben ik dus tien jaar verder, en word ik vaker en vaker gemaild.
Mijn mailbox bestaat niet alleen uit leuke mailtjes, vragen, verzoekjes, dingen die geregeld moeten worden en nieuwsbrieven, maar ook met spam. Gelukkig heeft de spamrobot wel door dat ik geen meneer ben, dus mails voor viagra krijg ik niet. En dat vind ik ook helemaal niet zo erg. Ik bedoel, ik heb op zich niet zoveel met viagra enzo. Ik kan er bar weinig mee. Wat gegoogle leverde me het resultaat op dat het libido van vrouwen kan afnemen bij veelvuldig gebruik van antidepressiva. Na een onderzoek dat gedaan werd door het tijdschrift Journal of the American Medical Association, bleek dat viagra wel degelijk kan werken voor vrouwen. Zo zie je maar weer, van het één komt het ander. Gebruik je teveel antidepressiva, neemt je libido af, en om dan je man of vriend te pleasen kun je het redden met viagra. Gelukkig hoef ik geen antidepressiva te gebruiken. Menig vrouw moet of doet dat wel, het percentage dat antidepressiva gebruikt is aanzienlijk gestegen.
Goed, dat was dus niet mijn punt. De mailtjes voor viagra krijg ik niet, ik krijg ook geen proefpakketjes door de brievenbus, dus eigenlijk heb ik niets met viagra te maken. Maar de grootste spammer die mijn map ‘Ongewenst’ volmaakt, zijn de mailtjes dat ik een erfenis heb gekregen. Of een grote prijs heb gewonnen. De eerste keer klikte ik fanatiek en dolenthousiast op de mailtjes, en begon ik met lezen. In het engels. Een poëtisch verhaal van een oudoom die in een idyllisch huisje woonde stond in mijn mail. Of het verhaal dat ik de erfgename ben van Bill Gates. Ik weet niet wat er ergens mis is gegaan in mijn familie, maar naar mijn weten ben ik geen familie van deze veel te rijke man. Ietwat teleurgesteld gooide ik het mailtje dus weg, zonder mijn rekeningnummer te geven. De rest van de mailtjes bestaan veelal uit teksten uit dubieuze landen, uit karakters die mijn computer niet eens aankan en uit talen die ik in geen honderd jaar zal leren.
Maar wat nou als het wel zo is? Wat nou als ik wel echt de erfgename ben van Bill Gates? Wat nou als ik echt een oudoom in een idyllisch huisje heb wonen en de man echt zo’n poetisch leven en groot fortuin had? Dan was ik nu rijk geweest. Rijker dan ik ooit had durven dromen. Dan had kon ik dat mooie grachtenpand in Utrecht kopen. Dan kon ik daar wonen met de mensen met wie ik wilde. Dan kon ik daar een practige TV inzetten met prachtig geluid waar ik ook mijn prachtige iPod op kon aansluiten. Dan kon ik altijd rondjes geven in de kroeg, dan kon ik een vaste roker worden omdat rijke mooie mensen dat horen te doen. Althans, dat deden alle rijke mooie mensen in Saint Tropez. Dan kon ik daar een boot aanleggen. Dan kon ik mijn rijbewijs halen en mijn rammelende fiets inruilen voor een Mercedes. Hm. Mwah. Nee. Lijkt me niks. Er gaat immers niets boven mijn rammelden omafiets.
08/11/2009
Klik op de afbeelding om te luisteren.
Foto
07/11/2009
Klik op de afbeelding om te luisteren.
Femke Online
Femke op Twitter
05/11/2009
Over precies twee minuten zou mijn trein vertrekken. Tegen mijn principes in zette ik het dus maar op een rennen. Ik had helemaal geen zin om twintig minuten te wachten op de volgende trein. Dan zijn er zes, soms acht treinen per uur die van Utrecht naar Amersfoort gaan, gaan ze allemaal binnen tien minuten weg. Ik rende dus maar voor één keer. Behendig ontweek ik alle mensen die langzaam lopend, strompelend, huppelend, zwalkend of enigszins verward hun eigen perron opzochten. Inmiddels was ik het gewend. Ik sprong de roltrap naar spoor 11/12 op. Ik wilde naar beneden lopen, maar twee meisjes met grote tassen hielden me tegen. Ik probeerde het linksom, rechtsom en middendoor, maar de meisjes bleven voor zich uitkijken. Blijkbaar is de Engelse traditie ‘Walk left’ nog niet tot Utrecht doorgedrongen. Toen de roltrap eindelijk beneden was, sprong in de trein in. Vol. Halfvol. Op iedere tweezits zat wel iemand. Ik wil altijd heel asociaal een tweezits voor mezelf. In het kader van Mexicaanse griep en mijn neus die graag langer mee wil dan die ene treinreis.
Maar er was geen plek. Ik ging in een vierzits naast een vrouw zitten. Zo’n vierzits voelt toch altijd wat ruimtelijker dan een tweezits. Een beetje claustrofobisch voelt dat. Tegenover de vrouw zat een man. Blijkbaar hoorden ze bij elkaar, wan de vrouw naast me boog zich steeds naar hem toe om een gesprek te voeren. In de vierzits naast me zat een vrouw met een boel tassen en een boek. Schuin tegenover haar zat een jongen van een jaar of twintig. Als hij lid zou zijn van een studentenvereniging, zou het Veritas zijn. Hij had een typisch studentenkapsel wat alleen dan weer verdronk in de hoeveelheid gel. Misschien was bang dat de trein over de kop zou slaan, en met zoveel gel in zijn haar hij vast minder gewond raken. Hij zag eruit als een jongen die ik heel vaak tegen kwam, maar het kon ook gewoon zijn dat hij een heel cliché hoofd had.
Geamuseerd keek de jongen naar het stel naast mij. Het was ongetwijfeld een heel interssant gesprek, aan de lichaamstaal te zien in ieder geval wel. Ik had me expres de andere kant opgedraaid en mijn iPod aangezet om ze niet af te luisteren. Misschien werd ik wel ziek dat ik ze niet afluisterde. De jongen aan de andere kant van het gangpad keek wel steeds onze kant op. Ondertussen pakte hij een wit bolletje met Yorkham. Het andere bolletje had kaas erop. Dat stond op de verpakking. Hij at het broodje en keek ondertussen naar mij en het stelletje. Ik deed mijn best hem te negeren, maar dat is best moeilijk als je steeds aangekeken wordt. Hij keek me weer sporadisch aan. Vanuit mijn ooghoeken kon ik hem zien. Ik zag da hij hetzelfde deed. Ik was benieuwd wat ie zou gaan zeggen als ik mijn iPod uitdeed. Zou ie me vertellen dat ie dacht dat ik de liefde van zijn leven was? Ik hoopte het niet. Misschien wilde ie me vertellen dat ik uitgelopen mascara had. Dat kon niet, want ik was make up-loos. Misschien wilde ie wel zeggen dat mijn schoenen vies waren. Dat wist ik, een zekere jongeman had de hele avond op mijn schoenen gestaan.
Eindelijk bereikten we Amersfoort. Ik vroeg me af of hij naar Enschede, Deventer, Hengelo, Almelo, Apeldoorn of Amersfoort zou gaan. En toen bedacht ik me dat we in de trein naar Amersfoort Schothorst zaten.