Deze blog werd stiekem al eerder gepubliceerd op mijn oude blog. 1 november 2o08 om precies te zijn.
De gemiddelde Nederlandse vrouw wil wat. De gemiddelde Nederlandse vrouw wil een voetballer. Of een rockster. Janouk en ik ook, bij voorkeur eentje van Ajax. Maar goed, zonder clubkaart konden wij alleen naar PSV of Sparta. Wie het kleine niet eert… Dus gingen wij dapper op weg naar Eindhoven. Meteen een goede reden om op kosten van ouders Eindhoven te ontdekken. Helaas begon de wedstrijd pas om 8 uur. Dus tegen de tijd dat we eindelijk gearriveerd waren in Eindhoven, was alles gesloten, op de McDonalds na. De McDonalds in Eindhoven is prachtig, kan ik je vertellen. Maar dat is niet zo’n essentieel onderdeel van het verhaal. Misschien kan ik beter beginnen bij de treinreis. We begonnen onze toch op station Utrecht. En waar heb je anders heerlijke patat en broodjes shoarma (Janouk’s idee) dan op Utrecht? En zo begon onze tocht dus op Utrecht. Wachtend op de trein, genoten we van ons avondmaal. Of beter gezegd: namiddagmaal.
De trein arriveerde, en wij stapten in. Knoeiend met ons namiddagmaal begonnen we aan een lange, niet zo saaie reis. Want: Janouk en Ingelise in de trein, dat is nooit saai. Onze grootse plannen een voetballer aan de haak te slaan, bespraken we in de trein. De man naast ons begon zich er ook mee te bemoeien. Hij brabbelde iets over de plek waar de voetballers het veld opkomen. Leek ons een prima plan. Al deden we ons gewoon voor als journalisten (een van 16 en een van 18?). Grootse plannen op papier dus.
Eindelijk aangekomen in ons Eindhoven vonden we met moeite onze weg uit het station. Vanuit de trein hadden we het stadion al gezien, en met mijn onfeilbare richtingsgevoel moesten we er kunnen komen. Het enige wat we moesten doen is de andere kant oplopen dan waar de trein heen ging, en een groot lichtgevend bord van Philips in de gaten houden. De rest zijn luttele details.
Maar zo ver was het nog niet, dus vervolgden we onze reis door het gesloten Eindhoven. Er van overtuigd dat je hier erg leuk uit moet kunnen gaan, besloten we wijselijk een rondje te lopen om onze tijd te doden. Morgen weer een vermoeiende dag school. We liepen door de winkelstraten van Eindhoven en kwamen winkels tegen waarvan we haast sentimenteel werden. Afgelopen zomer hadden we wilde avonturen beleefd in Utrecht, en de Men At Work maakte ons ietwat emotioneel, terugdenkend aan het komische voorval in dezelfde winkel in Utrecht. We liepen door, en kwamen uiteindelijk bij een overdekt en nagenoeg leeg winkelcentrum. Op drie niet heel lelijke en best getalenteerde skaters na. De roltrappen stonden nog aan, en ik besloot dat ik weer een levensdoel kon volbrengen zonder er compleet gewond bij te raken of ervoor geschorst te worden. De roltrap oprennen terwijl die naar beneden stond. Mijn vorige poging was in Utrecht, en per ongeluk. En zo geschiedde het dus. De skaters begonnen te lachen, en toen we ze aankeken, deden ze alsof ze ons niet eens gezien hadden. Weer een levensdoel volbracht. Om mijn ietwat depressief uit de hoek komende collega van de schoolkrant te citeren: ‘Weer een reden om dood te gaan.’
De tijd kroop voorbij, en het gesloten Eindhoven ook. We besloten op weg te gaan naar het stadion. Dat bleek geen moeilijke klus: heel mannelijk uitziend Eindhoven ging ons voor in een lange stoet, gekleed in rood en wit. Serieuze gesprekken voerend over de rest van ons leven, luisterde half mannelijk Eindhoven met ons mee. Wij blonde dames voeren ook zulk interessante en vooral intelligente gesprekken.
En uiteindelijk was daar het stadion. Hard gingen we op zoek naar ingang K. We besloten het te vragen. ‘Meneer…’ begon Janouk. ‘Wij zitten in vak K, waar moeten we dan heen?’ De man antwoorde ons ietwat nors dat we aan de andere kant moesten zijn. ‘Ehm, meneer…’ vervolgde Janouk dapper. ‘Voor wie zijn we dan..?’









