De kleine aardbol


‘Jij bent toch de dochter van Idwer?’ vroeg hij. ‘Ja, klopt! Hoe ken jij die?’ antwoordde ik. ‘Ik ken je moeder al heel lang. Ik zat bij je tante in de klas.’ Een van de leiders op kamp zat naast me, en vroeg me dat. ‘Ooh, wat toevallig!’ zei ik, helemaal verbaasd dat de wereld zo klein kon zijn. ‘Ik was vroeger een beetje verliefd op je tante.’ zei hij, alsof ik nog een heel klein meisje was, dat niet wist wat ‘verliefd zijn’ betekende. Maar het kon ook op een toon zijn van een jarenlange vriend van me, die bekende dat hij mijn zus al tíjden leuk vond. ‘Ik kwam ook heel vaak bij jullie.’ vertelde hij ook nog.

Dit jaar kwam er een nieuw meisje bijn ons op school. Twee eigenlijk. De ene heeft drie jaar in Curacau gewoont, en kwam weer terug. De andere was compleet nieuw, vanuit Alphen gekomen (Moon). Toen school eindelijk (of nou ja, eindelijk…) begonnen was, bleken ze elkaar te kennen, vanuit Curacau. Nu hebben we met alle meiden altijd de grootste lol.

Laatst was ik aan het hyven, ja, ook ik ben aangestoken. Toen kwam ik een jongen tegen, hoe hij heet doet er niet toe. Maarja, een beetje krabbelen, was wel grappig. Toen was ik laatst met Kaas (mijn nichtje) bij mijn opa en oma. We stonden wat te praten met een vriendin van haar, die in hetzelfde dorp als mij opa en oma, en die jongen woont. ‘Heb jij die ene jongen nog op hyves?’ vroeg ik aan Kaas. ‘Ja, jij ook?’ antwoordde ze. ‘Nee, ik heb em verwijderd, heb heel veel mensen verwijderd die ik niet echt ken.’ ‘Hoe heet die jongen zei je?’ vroeg Kaas’ vriendin. We noemden zijn naam en achternaam. ‘Dat is mijn broer!’ riep ze!

Wat ik nou eigenlijk wil zeggen, ik heb er totaal geen boodschap aan, maar ik wil het wel even melden, dat de wereld wel heel klein is. Stiekem… Toch wel een beetje…