De Pinky-gekte


Lang, lang geleden, in een duister verleden dat vorige week heet, ontstond er iets. Iets in de hoofden van Ris en Rock knapte. Omdat iedereen in onze vriendengroep altijd zijn eigen ‘boks’ verzint, moesten Rock en Ris dat ook. In hun idiotiteit ontstond er de ‘Pinky-boks’. Al snel was iedereen aan het Pinky-en. Behalve Ploon, Ansje en ik. Wij doen niet aan Pinky. Snel ontstonden er ook ‘anti-pinky’s’. We kregen de ‘Duimen’, de ‘Grote-Tenen’ en de ‘Neuzen’. Nog steeds was ik neutraal.
Maar de Pinky won. De Pinky werd de allegrootste hype, tot op de dag van vandaag. Zo fietste ik een tijdje terug (gister) naar huis met Rock en Ris. En Pinky-Lied klonk uit volle borst, en de Pinky-Gekte was op zijn hoogtepunt. Toen het bijna begon te regenen zou ik, de Anti-Pink, alle regen op mijn neus krijgen. Maar gelukkig, dat was niet zo. Ik vroeg aan Ris of ze haar toekomstige vriendje misschien ook ‘Pinky’ ging noemen. En ja hoor, de volgende dag had ze een vriendje: Pinky. En vrolijk gezichtje schitterde op haar pink. Ook Rock kon zich niet weerhouden, en had al gauw een soulmate: Pinky. Bang om ook besmet te worden, verliet ik ze na het eerste uur. Althans, zij verlieten mij. Ik bleef achter, zielig alleen. Nou ja, niet helemaal, samen met mijn mede anti-pink, Ploon.
Het Pinky-Lied stierf langzaam weg, en ze waren er niet meer. Tenminste… Voor even…