Werk, werk, werk…


Gister was de grote dag. Ik mocht oor het allereerst aan het werk bij de Albert Heijn. Het grote avontuur. Dus ik loop de Albert Heijn binnen, op weg naar de klantenservice om te vragen waar ik heen moet. Naar boven, oke! Komt goed. Dus ik loop naar boven, op zoek naar degene die me genoemd is. Niemand in de kantine. Een meisje zegt dat ik wel met haar mee naar beneden mag lopen. Oke. Gevonden! Meneer van der Visch stelt me voor aan Joost. Joost gaat me een rondleiding geven in de winkel. Joost heeft een grote bos donkere krullen, en onddanks die krullen doet ie me aan iemand denken, maar ik weet niet wie. Na een rondje in de winkel, ben ik voorgesteld aan allerlei collega’s (vreemd genoeg alleen mannelijke collega’s), weet ik wat mijn afdeling is, en mag ik met Samir mee gaan vullen. Joepie!
Als na een uurtje ook de andere jongens komen, gaat het al stukken sneller. Ik ben serieus bezig, als ik erachter kom dat dat niet hoeft, doet de rest ook niet. Beetje kloten is ook prima. Na sluitingstijd wordt er met dozen gesmeten en met kratten gesjoeld.
Dan moet ik een kar vol fruitdrankjes naar de groenten rijden (klinkt minder logisch dan het is). Ik heb eerlijk gezegd nog nooit zo’n kar vastgehad, dus het was een kunst, en aangezien de fruitdrankjes naast de drank staan, vind ik het doodeng. Ik zie al allemaal rampscenario’s voor me, hoe ik zo opde breezers inrijd ofzo… Goed, die staat ook weer op zijn plek.
Ondertussen zijn mijn handen koud en ongevoelig. Maar we redden het wel. We doen ons best om nog meer te vullen. Als we uiteindelijk om kwart voor 10 klaar zijn met vullen en spiegelen mogen we naar huis. Zo, dat we me mijn dagje wel…