Zenuwslopend


Misschien hebben jullie mijn hartje gister wel horen kloppen. Als een op hol geslagen pacemaker. Want gister was ‘de grote dag’. Of beter gezegd, de onheilsdag. Want gister kreeg iedereen die niet over was dat te horen. Zoals je vast wel snapt, was ik om 8 uur al wakker, terwijl ik de hele dag had om te slapen. Nou ja, nog maar een keertje omdraaien. De telefoon blijft stil. Doodstil. Hij zou eens moeten rinkelen. Moet ie maar niet wagen. Ik denk dat ik hem als een of andere psychisch gestoorde naar de andere kant van de kamer zou gooien en me achter een kussen zou verstoppen. Goed, hoog tijd om de Albert Heijn te bellen wanneer ik moet werken. In de hoop dat de telefoon niet ondertussen afgaat, bel ik op. Maar mijn afdelingsleider is in gesprek, dus belt hij terug. Langzaam tikt de tijd voorbij. Ik zit ondertussen naar de tv te staren met de telefoon in mijn hand. Als hij rinkelt, gooi ik hem van schrik tegen het plafon, vang hem weer op, en zie dat het niet de Albert Heijn is. Mijn hartje klopt nog harder dan dat ie al deed. Trillend neem ik op. ‘Met Ingelise de Vries.’ Ben niet meneer Bassie, ben niet meneer Bassie! ‘Hallo!! Met de moeder van Bas!’ YES! Ik ben nog nooit zo blij geweest om haar aan de lijn te hebben.
De rest van de dag blijft het stil. Tot half 5. Ooh nee… De Albert Heijn. JOEPIE! Ik mag gaan werken. (Hoe dat afliep, zie mijn andere blog)
Als ik ’s avonds thuis kom, ga ik zo snel mogelijk slapen.
De volgende ochtend, als ik hard op mijn basgitaar aan het rammen ben, roept mijn mams. ‘Kom eens kijken!’ Ik storm naar beneden en bekijk mijn rapport. 1 tekort. Voor… Nee, niet eens voor economie. Geschiedenis. Aargh, waarom staat dat werkstuk er nog niet op?
Ik kijk verder. Economie herkansing: een 7.9!! Ik denk dat ik onder die toets weer zo’n psychisch gestoorde aanval had, waardoor ik alles wist ofzo. Goed, meneer Arends mag me trakteren op chocola, en ik mag naar HAVO 5!