Ik ben geen museum


Bekeken voelde ik me. De hele dag. Het was al een lange reis geweest naar Zwolle, wat is het wonen in een Vinex-wijk toch fijn, en dan kwamen de kijkende mensen er ook nog bovenop. Want soms zijn er van die dagen dat iedereen je lijkt te bekijken. En dan vraag ik me af waarom. Wat maakt mij zo interessant dat men mij uitgebreid moet bekijken? Als men graag een praatje wil maken, dan mag dat gerust gezegd worden, ik ben de beroerdste niet.

Dat ik op tijd aankwam in Zwolle, was al één hoogtepunt. De kledingzaak naast ons had zijn deuren opstaan om het rokende personeel niet helemaal alleen te laten staan. De buurman rookte fijn zijn sigaretje, en ik werd straal genegeerd. Niet dat ik Zwollenaren prefereer, leuke mensen maar aan LAT-relaties doe ik niet. Ik genoot van mijn muziek, en de dag verliep enigszins voorspoedig. Tot collega-lief ook een sigaretje ging roken. Op het trapje tegenover de ingang. Met de buurman. Ik voelde me al ietwat bekeken door de buurman, maar het deerde niet. Het zij zo. Toen de sigaret op was, kwam collega-lief uiteraard weer binnen. ‘Hij vond je wel leuk.’ Aha! Hij had dus stiekem wel gekeken. Vuile Zwolse gluurder dat hij was!

En na de lange dag begon de reis naar Nieuwegein. Het was kiezen of delen. Óf vijfendertig minuten wachten op de trein en in één keer door rijden, óf de trein naar Schiphol nemen en op Amersfoort eten halen en overstappen. Ik koos voor het laatste, want ook bij de vrouw gaat het één en ander door de maag. Die protesteerde namelijk nog even tegen vette patatjes, en zo leek het me verstandiger eerst Amersfoort aan te doen. Ik stapte de trein in, en er was wonderbaarlijk genoeg nog plek voor mij. Tegenover mij kwam een man zitten. Ongetwijfeld een docent vormgeving of iets dergelijks, ik ben wel zo dat ik toch even moest weten wat deze imponerende man doet. Je kunt het zachte geluid van mijn iPod dus brutaal noemen, óf gezonde nieuwsgierigheid. De man bekeek me toen hij zijn laptop had opgeborgen, en vanonder mijn zonnebril gluurde ik terug. Tot Amersfoort.

Er waren nog tien minuten om de trein naar Utrecht te halen, en zodoende leek het me goed om wat lekkers te halen. Ik liep een fastfood-restaurant binnen, en op hetzelfde moment kwam er een jongen naar buiten. Ik kende hem. Hij was de eerste muzikant die ik ooit leerde kennen. Op Dirk en Dennis na, maar die werden later pas echte muzikanten. Maar deze jongen had ons aangesproken toen Monica en ik keken of hij écht op David Cook leek. Ik wist zeker dat hij ook naar Utrecht zou gaan, uiteraard had ik gelijk, en zo stond ik naast hem op het perron. Hij gluurde wat, ik gluurde wat terug, allebei voorzichtig met onze meeneemzakjes van de zaak waar we net eten hadden gehaald.

Maar de laatste was het toppunt. Een meisje dat niet veel ouder dan ik zal zijn geweest, zat aan de andere kant van het gangpad. Ik genoot uiteraard van mijn burger en krulfrietjes, niet eens met veel herrie of geknoei, en zij keek me wat ongemakkelijk aan. De hele reis. Wanneer ik teruggluurde, keek ze geïnteresseerd naar de lampen of het voorbij zoevende landschap tussen Utrecht en Amersfoort. Met veel liefde verorberde ik de troep die nog eens mijn dood zal worden, en zij bleef maar nieuwsgierig kijken. Wat een brutaliteit! Zelfs ik ben niet zo! Brutale mensen hebben de halve wereld, wat het verlegen meisje duidelijk niet begreep. Natuurlijk had ik haar graag te woord gestaan, dan wel met friet in mijn mond, als ze een brandende vraag had.

Na de maaltijd stopte de trein gelukkig. Ik kon op weg naar de tram, die uiteraard wegreed nog voor ik had uitgevogeld hoe ik op het metroplatform kwam. Kon ik eindelijk eens mensen kijken. En schaamteloos deed ik dat. Wraak is niet aan mij, maar wel zoet.

Advertenties