De gruwelen van Overvecht.


Tot mijn grote verbazing was het bushokje niet eens verlaten. En dat terwijl het kwart over elf was. Ik dacht dat Overvecht dan op één oor lag. Blijkbaar niet. Daar stond ik dan bij het bushokje. Niet eens alleen. Tegen mijn verwachting in dus. Ik keek op mijn telefoon en zag dat ik voor niets gerend had. De bus was al vier minuten weg. Ik ging tegen het verlichte reclamebord aanstaan. Een brede man zat op het bankje. Hij zat keurig op één zitvlak, maar toch voelde ik niet helemaal de behoefte om te gaan zitten. Aan de buitenkant van het bushokje, naast het verlichte reclamebord stond een man. Hij keek me aan. Ik keek even terug. Net te lang. ‘Hoi…’ ijlde hij. Ik mompelde hoi terug en keek demonstratief naar links om te kijken of de bus er over tien minuten aan kwam.

Overvecht was levendiger dan ik had gedacht. De supermarkt links was al dicht. Voor de supermarkt stond een auto. De lichten waren uit, maar uit de silhouetten kon ik opmaken dat de deur open stond. Er zaten wat mensen in de auto, en er stond iemand bij. Ze hadden plezier, ik hoorde ze luid en duidelijk wat zeggen. Wat ze precies zeiden, kon ik niet verstaan, maar dat maakte ook niet uit. Ik zat me alleen maar druk te maken over de man die nog steeds naar me stond te grijzen. De lichten van de auto naast de auto met de open deur sprongen aan. Ik dacht dat de auto voor zijn plezier met de lichten aan bleef staan, gewoon, zodat hij weer eens het plezier van een accu opladen kon beleven. Ik vroeg me tegelijkertijd af of ik naar de voor of achterkant van de auto stond te kijken. De auto gaf gas, en draaide soepel op de auto met de open deur heen. Het was de achterkant. Even bleef de auto nog staan. Toen reed hij weer weg. En nog steeds keek de man die naast me stond me aan.

Sporadisch kwam er een auto langsrijden. Sommigen sloegen voortijdig af, sommigen reden met een noodvaart door, en sommigen reden rustig omdat één licht het niet deed. Zo af en toe kwam er ook nog een fietser langs. De meeste kon je helemaal niet zien, omdat ze geen lichtcontroles houden in Utrecht. Sommigen waren overduidelijk te zien, en sommigen hadden een stroboscoop op hun jas. Het waren er niet veel, en het waren ook alleen mannen. Zo onopmerkelijk mogelijk keek ik nog eens naar mijn rechterzijde. De man naast me keek nog steeds onophoudelijk naar me. Ik heb altijd gedacht dat er alleen leuke mensen in Overvecht woonden.

Ik besloot om er een einde aan te maken. Ik ging naast de brede man zitten. Hij had al die tijd wat voor zich uit gestaard. Hij schrok niet van het feit dat ik naast hem kwam zitten. Hij bleef ook lekker zitten. Hij zat al de hele tijd iets voorover geleund. Ik leunde naar achter. De man die achter het verlichte reclamebord had gestaan en me steeds had aangekeken, deed een stap naar voren en ging tegen het gammele buspaaltje aanstaan. Het paaltje wiebelde vervaarlijk heen en weer. Ik keek angstig naar de paal, die mij wat verdrietig terugstaarde. De man staarde met hem mee. Ik keek weer naar links om te zien of de bus er al aankwam. Rechts van me hoorde ik wat gesmak. Kusgeluidjes. Geluiden die je normaal alleen hoort als er een bepaalt type jongen in de buurt is. Wat is het toch fijn om blond te zijn. Gelukkig kwam de bus eraan. Ik sprong op en pakte mijn portemonnee. De bus stopte precies voor mijn voeten, en liet mij als eerst naar binnen. Ik claimde een eenzits, en staarde wat voor me uit. Naar niemand. Ik weet eindelijk hoe vervelend dat is.

Advertenties

6 Reacties op “De gruwelen van Overvecht.

  1. Pingback: De (niet zo) gruwelen van Overvecht. « De gebundelde verhalen van Ingelise·

  2. Hi there!

    Ieeeh, heel herkenbaar…! Ik vind het ook maar niks om met dat soort figuren op de bus te moeten wachten. Verbazingwekkend trek ik dat soort types blijkbaar altijd aan. Leuk geschreven, ik kwam je viavia toevallig tegen in blogland.

    Ciao!

    Tijne

    Like

  3. {Hé pssssst, meisje. Meisje, luister. Pssssst.}

    Zelfs al was die/een brede man je vriendje geweest en zat je heel dicht tegen hem aan te wachten, ‘bepaalde types’ zouden dan alsnog dergelijk stompzinnig gedrag vertonen.

    Dat laatste uit ervaring, met het verschil dat ik verder niet breed ben.

    Kan me voorstellen dat je je, euhm, wat minder op je gemak voelde. Welkom in de stad, zullen we maar zeggen…

    Like

Reacties zijn gesloten.