Van Utrecht naar Parijs (7)


Klik hier voor de andere delen.

“Oke, we schrijven een bordje ‘Lille’, en dan gaan we aan het eind van de parking staan.” opperde Jorik. Ingelise zag geen andere optie en stemde ermee in. Ze stonden een tijdje al dansend en springend. De tijd verstreek wederom snel en het duo werd langzaam moedeloos. Wederom. Tot er een klein wit vrachtwagentje stopte. In het Frans vroeg het mannetje waar ze heen moesten. Het was een mannetje met een baard, een trui die zijn moeder voor kerst gebreid moest hebben en had een afgedragen spijkerbroek aan. Hij kon hun wel naar een plek brengen waar veel verkeer kwam, zo maakte hij hun duidelijk. “Nou, als we hier maar weg zijn.” zei Jorik enerzijds opgelucht, anderzijds nog moedelozer wordend. Het mannetje haalde zijn cabine leeg, en zette een krat, een paar laarzen en een stel kleren in het vrachtgedeelte. “Waar komen jullie vandaan?” vroeg de man nog in het Frans. “Nederland.” antwoordde Ingelise. De man bleek een goed onderlegde Belg, en ging klakkeloos over op Nederlands. “Oh, maar dat spreek ik ook! Stap maar in.” Ingelise ging in het midden zitten, tussen Jorik en de bestuurder in. “Nou, toch nog een soort vrachtwagen.” mijmerde Ingelise. Ze had altijd al in een vrachtwagen willen zitten. Het wagentje, met onbegrijpelijke vering, hobbelde de parking af. De routine begon, en Ingelise legde weer uit wat ze aan het doen waren. De man had wel zin in een praatje. Jorik en Ingelise wat minder. Naast haar lag Jorik te dutten, dus Ingelise besloot wakker te blijven en de man gezelschap te houden, voor zover ze nog gezellig was. “Ik zet jullie zo af op een parking waar heel veel vrachtwagenverkeer richting Rijssel en Parijs komt. Lille. Daar wilden jullie heen, toch?” Ingelise legde uit dat de eindbestemming Parijs was, maar dat Lille het eerste doel was, om vanaf daar verder te komen. De man had een grappig Frans accent over zijn Nederlandse woorden heen. Helaas waren de interesses niet groot genoeg om te delen, en al snel dutte ook Ingelise bijna in. Ze nam wat te drinken om wakker te blijven, en zag Jorik naast zich steeds verder naar zich toe zakken, opschrikken en weer wegzakken.

Ingelise gaf Jorik een por. “We zijn er.” De twee bedankten de bestuurder van het witte vrachtwagentje hartelijk, en groeven hun bordje met ‘Lille’ weer op. Ze stonden een paar minuten toen Jorik constateerde dat hij naar de WC moest, en Ingelise constateerde dat ze ontzettend veel behoefte had aan een warme, hartige, bij voorbaat vette snack. Een klein restaurantje bij de parking, met overigens bar weinig vrachtwagens, bood een uitkomst. Jorik toiletteerde, en Ingelise ging op zoek naar iets te eten. Het restaurant bleek niks te bieden, en ook het peperdure supermarktje had niets wat aan Ingelise’s eisen voldeed. Ze besloot verder te gaan aan haar eierkoeken om de boel te compenseren. De twee begaven zich weer naar buiten. Voor de deur had zich inmiddels een colonne schilders verzameld. Met koffie en een sigaretje stonden ze in een kringetje te socializen. Ze waren Frans, en zagen er niet uit alsof ze zaten te wachten op lifters. Laat staan dat ze binnen een uur zouden vertrekken. Jorik en Ingelise hielden hun bordje weer omhoog. “Die vrachtwagen is wakker.” zag Ingelise. “Ik ga vragen waar hij heen gaat.” Dapper liep ze op de vrachtwagen af, die inmiddels zijn motoren had gestart. “Tu faire a Lille?” schreeuwde ze tegen de vrachtwagenchauffeur. Hij hoorde haar niet, en ze riep het nog drie keer. “Wablief?” zei hij ineens. “Oh.” zei Ingelise beduusd, nu ze eindelijk haar Frans in de praktijk bracht zonder verlegen te worden. “Gaat u naar Lille?” Een gedrongen mannetje keek uit het raam. “Bijna, stap maar in.” Jorik en Ingelise stapten de vrachtwagen in. In de hoop verder te komen dan de vorige korte ritjes die tot niets hadden geleid.

Advertenties