Van Utrecht naar Parijs (8)


Klik hier voor de andere delen.

Jorik zat dit keer in het midden. Er bevond zich geen stoel in het midden, dus Jorik zat op het bed van de chauffeur. De cabine had wel iets weg van een hut die je vroeger op je bed bouwde. Alleen was deze hut iets meer solide dan een stel handdoeken en wasknijpers. De chauffeur had kortgeschoren, grijs haar dat al ietwat kalend was. Zij gezichtsbeharing zag er net zo uit. Hij droeg een bodywarmer met daaronder een warme trui. Op zijn neus stond een bril. Erg spraakzaam was de man niet, maar hij zou het duo afzetten op een plek waar veel verkeer richting Rijssel kwam. Wederom. De man priegelde wat met een telefoon en belde. Welke taal het was kon Ingelise niet helemaal verifiëren. Het kon Frans zijn, maar net zo goed Spaans of Italiaans. In elk geval was het onverstaanbaar, en hoopte Ingelise niet dat de chauffeur ze zou ontvoeren naar één of andere afgelegen vrachtwagenloods. Het risico ontvoerd te worden was er natuurlijk al vanaf de eerste auto waar ze instapten. Maar tot nu toe was alles goed gegaan, en dat zou het vast ook blijven gaan. De man was klaar met bellen en stuurde verder in stilte. Na een paar meter greep hij het sigarendoosje dat op zijn dashboard stond. Ingelise had verwacht dat de man shag rookte, in plaats van chique sigaren. Uit het doosje toverde de man geen sigaren, maar échte sigaretten. Van die voorgedraaide. Het paste hem totaal niet, shag stond hem veel beter. Toch stak hij de sigaret op, en rookte hem rustig op.

De vrachtwagen naderde een druk punt met een boel wegwerkzaamheden. “Ik ga hier links, jullie moeten aan de rechterkant zijn.” Hij liet de twee uitstappen, en het duurde even voor Ingelise haar oriëntatie weer terug had. De weg was druk, en het duo zou moeten oversteken voor de volgende lift. “Waar zijn we?” vroeg Ingelise zich hardop af. “Een carpoolplaats? Of… De grens? Zijn we bij de grens?” Jorik beamde haar constatering, en de twee baanden zich een weg door de file, op weg naar de parkeerplaats. “En nu?” vroeg Ingelise. “Waar gaan we staan?” Het duo begon bij de afrit. Na een half uur bleek niemand te stoppen, of überhaupt te kunnen stoppen. Ze verplaatsten zich naar de parkeerplaats. Die was verlaten. De luttele twee auto’s die vertrokken boden geen uitkomst. De eerste negeerde de twee, en de tweede auto ging niet naar Lille. Achter de parkeerplaats was een grote vrachtwagenstandplaats met een snackbar. “Zullen we frietjes eten en vrachtwagenchauffeurs versieren en vragen of we mee mogen?” Dat leek Jorik een minder goed plan dan Ingelise, dus de twee besloten hun hoofden naar boven te richten en vrachtwagenchauffeurs te vragen. Het grootste gedeelte van de chauffeurs lag te slapen. Het andere gedeelte was Pools of Letlands en sprak geen Engels, Duits of Frans. Laat staan Nederlands. Er werd besloten dat er niets anders opzat dan verder liften, dit maal vlak voor de parkeerplaats zodat de auto’s die eventueel richting Lille of Parijs gingen konden stoppen als ze mee mochten. Jorik at een broodje, en Ingelise danste vrolijk in het rond met het bordje. Het gros van de autorijders lachte het duo heel hard uit. De rest negeerden ze. Jorik en Ingelise ruilden. Dat hadden ze eerder moeten doen, want een grote BMW stopte. Een Fransman. Het gesprek verliep moeizaam, maar de man ging richting Lille, en zou ze er op een goede plek uitzetten. Met een zucht van verlichting stapten Jorik en Ingelise in. Op hoop van zegen.

Advertenties

3 Reacties op “Van Utrecht naar Parijs (8)

  1. Hij had het telkens over kamelen :p
    Wel tof op deze manier komt het allemaal weer naar boven

    Like

Reacties zijn gesloten.