Van Utrecht naar Parijs (11)


Klik hier voor de andere delen.

Het tweetal stapte uit bij station Lille Europe, het op één na laatste tramstation. Ze liepen het ondergrondse gedeelte uit, en kwamen op een groot geplaveid plein. Het eerste wat opviel was dat het plein zo schoon was dat je jezelf in de tegels kon zien. Aan het plein lagen drie grote glazen gebouwen. Links en rechtvoor was het treinstation. Het gebouw aan de rechterkant was een enorm winkelcentrum. Dat inmiddels al gesloten was, het was ruim na vijven. In het midden stonden vier reusachtige tulpen, die het tweetal het idee gaven dat ze misschien toch in Nederland waren. Boven het plein liep een grote brug, een drukke weg. Een andere, iets kleinere brug leidde naar het station. Al met al was het een sterk staaltje architectuur. Modern ontzettend verantwoord. Achter het tweetal lag een park, waar een stel jongens in het namiddagzonnetje, het lekkerste zonnetje van de dag aan het rugbyen waren. Het liefst hadden de twee zich neergevleid in het gras, met een wijntje of een biertje, om te genieten van het zonnetje, en om te vieren dat ze op de eindbestemming waren gekomen. Maar helaas, dit was niet de eindbestemming. Even kwam het snode plan voorbij iedereen te bellen en te zeggen dat dit nu maar de eindbestemming moest worden, maar gezien het aantal tenten dat waarschijnlijk al opgezet was leek dat niet mogelijk. Ze liepen dus maar gewoon het parkje door en sloegen rechtsaf richting het station. “Wacht.” zei Ingelise. Ze ging op een bankje zitten, pakte een koek en het kladblok. “Zullen we eerst een bordje maken?” Jorik ging naast haar zitten, en ze maakten een bordje met Parijs erop. Ze checkten nog een keer of er echt niets groots tussen de twee steden lag. Alleen Arras lag enigszins op de route, maar niet genoeg om het op een bordje te zetten.

Het zonnetje scheen nog steeds terwijl Jorik naar een groot groen bord wees. ‘Tout directions’ stond erop. “Dat lijkt me de goede richting.” zei Jorik. Ze dwaalden wat rond in de buurt van de snelweg, op zoek naar een goede liftplaats. Ze eindigden vlak voor een oprit, naast de uitgang van een parkeergarage. Ingelise stond naast de garage. “Hoe weet je dat het een garage is?” vroeg Ingelise. “Dat weet ik gewoon.” antwoordde Jorik. Sporadisch kwam er een auto naar boven, die Ingelise dan lachend aankeek en een excuserend gebaar maakte dat hij of zij niet naar Parijs ging. Ruimte was er namelijk zat. “Ze zitten je allemaal uit te checken.” constateerde Jorik. “Echt?” vroeg Ingelise, enerzijds gecomplimenteerd met deze boost voor haar ego, anderzijds beledigd dat ze wel konden kijken, en haar niet meenemen. Dan namen ze Jorik maar voor lief mee. “Jorik?” Ingelise bleef de auto’s lachend aankijken terwijl ze Jorik een vraag probeerde te stellen. Jorik humde wat bij wijze van antwoord. “We moeten nu gaan bedenken hoe lang we hier gaan staan, want we moeten hier weg voor het donker is.” “Goeie.” vond Jorik. “Tot zeven uur?” Leek Ingelise prima, en ze bleven nog even staan. De tijd tikte weg, en voor ze het wisten was het zeven uur. “Kom. We gaan wat eten.” opperde Ingelise. Ook Jorik’s maag begon te knorren, en ze begaven zich terug naar het station. Op naar een vieze, vette doch goedkope maaltijd.

Advertenties

Een Reactie op “Van Utrecht naar Parijs (11)

Reacties zijn gesloten.