Van Utrecht naar Parijs (12)


Klik hier voor de andere delen.

Na de maaltijd moest er een plan der campagne gemaakt worden. “In het ergste geval kunnen we met de trein.” De trein was nog niet ter sprake geweest. Het sloeg in als een bom. De trein. Ergens was het beider eer te na om met de trein op de bestemming van een liftwedstrijd aan te komen. Aan de andere kant, de anderen zouden ook de metro gebruiken eenmaal in Parijs. En het pendelbusje. Tegen de tijd dat de avonturiers aan zouden komen, zou dat pendelbusje niet meer rijden, en de metro’s misschien ook niet meer. “Maar alleen in het ergste geval.” Ze liepen naar buiten. “Daar staan militairen.” wees Ingelise aan. “Zullen we ze de weg vragen?” Jorik zag weinig andere opties, dus Ingelise stapte op de militairen af. In gebrekkig Frans legde Ingelise wederom het verhaal uit, en vroeg of de jongens enig idee hadden waar ze heen konden om uit Lille te komen. De militairen zeiden dat ze hier weg moesten zijn voor het donker was, maar ze zouden de politieman om hulp vragen. De politieman was bezig een zwerver onder bedwang te houden, dus Jorik en Ingelise bleven gewillig wachten. Toen de zwerver met de noorderzon was vertrokken, kwam hij naar ze toe. De militairen legden het verhaal uit. “Jullie gaan hier links, dan rechtdoor, dan kom je bij een oprit.” Na een lang gesprek waar de taalbarrière hen in de weg had gestaan, besloot het tweetal het maar te doen, ondanks dat ze daar nog geen uur geleden ook hadden gestaan. Ze liepen de richting van de politieagent uit. Langs dure hotels en vergaderzalen voor rijke zakelui. Na een paar meter doemde er een kaart op. Jorik en Ingelise tuurden naar de kaar. Nog voor ze konden thuisbrengen waar ze zich bevonden, kwam er een hotelmedewerker naar hen toe. “Waar kan ik jullie mee helpen?” vroeg hij het duo. Ingelise legde weer uit dat ze aan het liften waren en dat ze hier weg moesten. “He?” De man keek verbaasd. “Maar liften is verboden hier.” De politieman had het hen niet verboden, maar blijkbaar zat er een luchtje aan. “Jullie moeten met de metro naar Wazemmes. Daar staan allemaal taxi’s. Die brengen je naar een tankstation buiten Lille. Kun je vanaf daar verder liften.” Veel keus was er niet, dus het duo stapte de metro in.

Na een kort ritje kwamen ze aan op metrostation Wazemmes. Ze liepen naar boven. Het deed Ingelise een beetje denken aan die keer dat ze naar Warwick Aveneu gingen. Gewoon, een willekeurig station waar een liedje over was geschreven. Toen ze boven kwamen bleek er niets te beleven. Alleen was dit niet zo’n chique buurt als Warwick Aveneu. Meer het tegenovergestelde. Een groep verwaarloosde jongeren keek de onverhoopte toeristjes bedreigend aan. “Oké.” zei Ingelise. “Hier moeten we weg voor het donker is.” Jorik stemde ermee in, maar wilde toch nog even verder kijken. Ze liepen een enigszins drukke kant op. “We zijn echt in de achterbuurt van Lille beland.” Een jonge vrouw met een mantelpakje liep voor het tweetal. Ingelise besloot haar de weg te vragen. Ze legde uit dat rechts een boel verkeer was, en dat ze niet naar links moesten en moesten oppassen in deze buurt. Er zat niets anders op dan de straat vol Turkse, Griekse en Aziatische winkeltjes doorlopen, op hoop van zegen. Hier en daar zat een kroegje, waar de sfeer zowel gemoedelijk als bedreigend kon worden opgevat. Een onverzorgde man met een grijze baard, grijs haar en vieze kleren kwam op Jorik af. “Une rose pour la belle dame!” Hij brabbelde nog wat en zwaaide met zijn rozen in alle kleuren van de regenboog. Iedere roos bezat minstens acht kleur, willekeurig over de bloem verdeeld. “Ach, Jorik.” zei Ingelise terwijl ze haar lach probeerde te onderdrukken. “Koop je niet eens een roos voor me?” Jorik keek haar aan. “Zag je hoe die man uit zijn ogen keek?” Ingelise moest lachen. “Het was een grapje.”

Ze waren de straat door en kwamen bij een rotonde. Een klein tankstationnetje bevond zich links van de rotonde. Ingelise besloot te vragen of ze mee konden rijden met iemand. Niemand ging de snelweg op, en een mogelijkheid op de snelweg te komen zonder lift was zo’n twee kilometer lopen, zo vernamen ze van een blonde moeder. Dat moest ongeveer bij station Lille Europe zijn geweest. Het duo besloot de metro terug te nemen. Taxi’s had Wazemmes niet. Enge mensen in overvloed. In de buurt van de militairen voelden ze zich toch veiliger.

Advertenties

Een Reactie op “Van Utrecht naar Parijs (12)

  1. Pingback: Les Toilettes. « De gebundelde verhalen van Ingelise·

Reacties zijn gesloten.