Van Utrecht naar Parijs (14)


Klik hier voor de andere delen.

In euforische stemming, na bijna zestien uur waren ze in Parijs, ging het tweetal op zoek naar de metro om daar uit te zoeken welke metro ze moesten hebben richting de camping. Het was inmiddels half twaalf, dus het laatste pendelbusje naar de camping was al vertrokken. Maar dat was van latere zorg. Jorik en Ingelise kochten een metrokaartje, en kwamen tot de conclusie dat ze de paarse metrolijn richting Charles de Gaulle moesten hebben, en daar overstappen op de gele metrolijn richting La Défense. Ze vonden de paarse metrolijn die richting Charles de Gaulle zou gaan. Voor de zekerheid vroegen ze het na aan één van de ongure types op het perron. Volgens de beste man ging de metro inderdaad naar Charles de Gaulle, en ze stapten in. De overvolle metro begon te rijden. “Het is maar één halte.” telde Ingelise. “En als we de verkeerde kant op gaan, nemen we de metro weer terug.” Het duurde ellendig lang voordat de volgende halte kwam. Naar Ingelise’s weten zat er tussen de meeste haltes maar een paar minuten. Eindelijk kwam de halte in zicht. Jorik en Ingelise stapten uit. Het metrostation zag er niet uit alsof het vlakbij een groot vliegveld zat. “Goed…” verzuchtte Jorik. “La Place Du Stade De Paris” las Ingelise op het bord. “We moeten terug.” Jorik en Ingelise keken op de borden waarop hoorde te staan wanneer de volgende metro vertrok. De borden waren angstvallig leeg. Ze besloten naar beneden te lopen, en stonden samen met een netgeklede man in de lift. “Paris? Paris?” vroeg hij. Op dat moment ging Ingelise’s telefoon. Ingelise meldde in het Nederlands aan Jorik dat het Simone was die belde en nam de telefoon op. De man hoorde dat ze in het Nederlands converseerden, en praatte verder tegen Jorik in het gebrekkig Vlaams. Terwijl Ingelise Simone vertelde waar ze zaten, ergens in het hoogste noorden van Parijs, probeerde Jorik het metrostation uit te komen. Het kaartje deed het niet. Ze waren buiten de zone beland.Vast in een metrostation, ze konden geen kant op. De man uit de lift kon ook geen kant op. Hij wenkte een jongeman met een abonnement die het drietal uit het station haalde. Ingelise belde nog steeds met Simone, en vroeg of ze opgehaald konden worden. Er reden immers geen metro’s meer. “We kunnen jullie niet ophalen.” zei Simone aan de andere kant van de lijn, veilig op de camping. “De organisatie heeft geen kaart van Parijs.” Het bleef even stil. “Wat?!” vroeg Ingelise. “De organisatie weet al máánden dat we naar Parijs gaan, maar neemt geen kaart mee? Welke idioot neemt er geen gedetailleerde kaart van Parijs mee als je weet dat het risico bestaat dat er mensen midden in de nacht stranden in de achterbuurten van Parijs?” Ondertussen leidde de man het tweetal naar het treinstation, aan de andere kant van de poortjes. Ingelise trok Jorik terug. “Als we nu naar binnen gaan, komen we er niet meer uit.” Jorik stribbelde tegen, maar voor ze naar binnen konden sloten de poortjes weer. Ingelise meldde Simone dat ze nog wel belden, en hing op. “Goed…”

Een paar meter verder stond een kaartjesautomaat. Er zat niets anders op dan een kaartje kopen. Het duo was door al het kleingeld heen, dus besloot te pinnen. Toen de transactie bijna was voltooid, bleken alleen creditcards geaccepteerd te worden. Geen van tweeën had een creditcard. De moed zakte in de schoenen. Ingelise had zin om te huilen, maar besloot dat dat ook geen zoden aan de dijk zou zetten. Ze slaakte een diepe zucht, en constateerde ineens een groot raam met licht. Erboven hing een verlicht bord waarop duidelijk werd gemaakt dat er nachtportieren waren. “Kom.” Ingelise liep naar het hokje toe. “We vragen het hen.”

In het hok zaten twee mannen. De man met de baard kwam naar het raam toe. Ze waren ogenschijnlijk aan het genieten van een goede kop koffie en voerden een goed gesprek. Alles was goed, tot Ingelise kwam. In gebrekkig Frans en goed Engels legde ze de situatie uit. De man was uiterst vriendelijk en legde het duo uit dat ze op spoor 2b moesten zijn. Ingelise vertelde nogmaals dat ze het stationnetje niet in konden. De man zei dat hij het poortje open zou doen voor hen, maar dat ze dan in Parijs een kaartje moesten kopen. Ingelise stemde ermee in, en ze renden naar de poortjes. Het poortje ging open, en ze renden naar 2b. De trein reed nog. Nog een paar minuten. Opgefokt stond Ingelise naast een immer rustige Jorik op het perron. “Nou, ik ga ze niet meer bellen ook. We kunnen het prima zelf.” De trein kwam aanrijden. Dit keer konden ze wel blijven zitten tot Charles de Gaulle.

Advertenties

Een Reactie op “Van Utrecht naar Parijs (14)

Reacties zijn gesloten.