Van Utrecht naar Parijs (18)


Klik hier voor de andere delen.

Ingelise was net bezig Jorik uit te leggen waar ze heen moesten, toen ze achter zich wat hoorden. “Wacht!” riep de parkeerwacht. “Ik breng jullie met de auto.” Een last viel van beider schouders. “Ik ga Sietse bellen.” deelde Jorik mee. Ingelise’s ogen begonnen te twinkelen. “Mag ik bellen?” Jorik keek verbaasd, maar het mocht. Ingelise liet de telefoon overgaan. Ze mocht hem dan niet verslagen hebben, maar ze hadden wel een lift tot de camping. “Jorik!” sprak de andere kant van de lijn. “Hai Siets!” zei Ingelise opgewekt. “Ingelise!” antwoordde hij. Ingelise stapte de auto in. Een rode Clio, hoe toepasselijk. “Blijf waar je bent Siets. We hebben zojuist onze laatste lift gekregen.” Ze trok de deur dicht, terwijl de parkeerwacht de auto startte.

De drie in de rode Clio klikten hun gordel vast. De parkeerwacht startte de auto. “Echt geweldig dat u ons wil brengen!” bedankte Ingelise nogmaals. “Ach ja, kleine moeite. Ik moet wel even zoeken hoor. Ik woon de andere kant op, dus in deze buurt kom ik bijna nooit.” Ingelise stelde dat het niets uitmaakte, als ze er maar kwamen. Het gesprek verliep moeizamer dan toen ze de weg wilden vragen. “Waar komen jullie vandaan?” vroeg de man. “Nederland.” zei Ingelise. “Utrecht. Kent u dat?” De man begon te glimlachen. “Ja! Ik ben ook wel eens in Nederland geweest. In Amsterdam. En… Den Haag?” Het kostte hem wat moeite de naam uit te spreken. “En in… Haglum?” Hij keek Ingelise vragend aan. “Vlakbij Amsterdam.” “Haarlem?” vroeg Ingelise. “Haarlem, ja!” zei hij verheugd. Ingelise wilde vragen wat hem naar Haarlem bracht, maar ze kon de woorden niet meer vinden. “Haarlem is mooi.” Zei ze dus maar als plaatsvervangende reactie. “Bent u wel eens in Utrecht geweest?” Hij was er niet lang geweest, maar wilde er zeker nog eens heen. Hij wilde sowieso wel weer naar Nederland, het was jaren geleden dat hij daar was geweest. “We moeten de bordjes volgen.” Bordjes volgen hadden Jorik en Ingelise de hele dag al gedaan. Volgden ze geen bordjes, dan stonden ze wel met bordjes langs de weg. Bordjes volgen zou geen probleem zijn. Ze reden een rotonde over. “We moeten zo die kant op.” De parkeerwacht wees naar de overkant van de rotonde. Het kleine rotondetje was onoverzichtelijk, en hij vroeg zich hardop af hoe dat het makkelijkst kon. Ze reden een straat in met aan weerszijden geparkeerde auto’s. Op het eerste gezicht zag het buurtje er degelijk uit. Mooie bomen aan de zijkanten, een goed geasfalteerde weg, wie weet wat voor mooie huizen zich achter die bomen bevonden. De parkeerwacht wees naar een auto. “Daar zit een prostituee.” Het tweetal keek verbijsterd. “Daar ook.” Vier keer achter elkaar wees hij een auto aan waar een prostituee zat. “Daar zit er ook één. Ze heeft een klant.” Ingelise wees naar links. “Jep.” zei de man. “Maar dat is eigenlijk een man.” Ingelise keek hem met grote ogen aan. “Jorik?” riep ze naar de achterbank. “Zag je die hoer met die klant? Dat was een travestiet.” De parkeerwacht keek haar van opzij aan. “Travestiet! Ja!” Het Franse woord verschilde blijkbaar weinig met het Nederlandse. De weg vertoonde nog veel meer auto’s met knipperlichten, wat betekende dat er een prostituee zat. “In Utrecht hebben we gewoon woonbootjes… Dat is toch wel comfortabeler, lijkt me.” Ze voelde zich wereldvreemd. Auto’s?

De laatste bocht werd gedraaid. “Hier is het.” zei de parkeerwacht. Ze gaven elkaar een hand, en het tweetal bedankte de parkeerwacht hartelijk. “Geen dank!” zei hij nogmaals. Ze wensten elkaar een fijne avond. Jorik en Ingelise liepen de camping op, terwijl de kleine Clio wegreed. Ze liepen om de slagboom heen. Overmand door euforie keken Jorik en Ingelise elkaar aan. “We zijn er!” Jorik was te moe om nog wat vrolijks te roepen. Ze vielen elkaar in de armen. Blij dat ze het gehaald hadden. “Kom. We gaan ze verrassen. Laten we de tenten zoeken.” Ze sloegen rechtsaf, op de gok. “Wacht.” zei Jorik. “Jaap en Sietse!” Op hun tenen slopen ze terug naar het begin van het paadje. “Hee, lekkere chickies!” riep Ingelise, nog steeds even blij. “Wat? Jullie zijn er!” zei Jaap verbaasd. Ook Sietse keek een beetje vreemd. Jorik en Ingelise vielen de twee jongens in de armen. “Nou, vertel!” begon Jaap. “Waarom duurde het zo lang?” Terwijl ze naar de tent liepen, vertelden ze hun verhaal. Alsof dat in één nacht te vertellen was.

Advertenties

2 Reacties op “Van Utrecht naar Parijs (18)

  1. Leuk verhaal, ik houd ook veel van verhalen schrijven! Kijk je ook eens op mijn blog?-+

    Like

Reacties zijn gesloten.