De man van de maan.


Het namiddagzonnetje warmde mijn gezicht op. Ik had gerend voor de bus, maar tevergeefs. Er zijn maar twee witte touringbussen die over de Uithof rijden. De bus die mij naar mijn huis brengt, en de bus die mij de verkeerde kant op brengt. Ik was naar de verkeerde bus gerend, in de veronderstelling dat hij me naar mijn huis zou brengen. Niets was minder waar, en nu stond ik hier. Ik kon in een overvolle bus twaalf gaan zitten, maar de bus en trein zouden me meer tijd kosten dan een kwartiertje opwarmen in de zon en met de rechtstreekse bus gaan.

En zo geschiedde het dat ik met een man van begin dertig en een vrouw van begin veertig bij de desbetreffende bushalte stond. Een kwartier lang. De bus kwam er aan. De man vroeg aan de vrouw of deze bus naar Amersfoort ging. Ze wist het niet, en haalde ietwat onverschillig haar schouders op. Terwijl ik mijn portemonnee tevoorschijn haalde, antwoordde ik hem dat deze bus naar Amersfoort zou rijden, maar het station niet zou kruisen. Dat maakte hem niet uit, en hij stapte achter mij de bus in. Ik liep naar achter, waar nog weinig volk zat, en haalde mijn iPod tevoorschijn. De man kwam achter me aan, en ging aan de overzijde van het gangpad zitten. Hij had een gitaar bij zich en droeg een muts tegen de koude naweeën van de sneeuw. Ik wilde de witte oordopjes in mijn oren stoppen, maar hij was me voor. ‘Je moet ook naar Amersfoort?’ Ik knikte. Misschien kon mijn lichaamstaal hem duidelijk maken dat ik geen behoefte had aan een gesprek. Maar ik praatte mijn mond voorbij. ‘Waar moet je zijn in Amersfoort?’ Hij vertelde zijn locatie. ‘Mag ik vragen wat je doet?’ vroeg hij. Liever niet, ik zat daar niet voor mijn plezier op de Uithof. Het enige waar ik nog voor kwam waren de naschoolse borrels. ‘Communicatie. Maar ik ga er mee stoppen. Ik wil Journalistiek doen. Als ik toegelaten word.’ Hij vroeg waarom, en ik antwoordde dat ik wel van schrijven en nieuws hield. ‘En wat doe jij?’ Hij keek dromerig vooruit. ‘Ach…’ Hij trok zijn muts van zijn hoofd en woelde door zijn haar. Hij zag er meteen een stuk jonger uit. ‘Wat doe je, wie ben je. Ik ben muzikant, vader, lover, politicus, schrijver, kunstenaar, sporter…’ Ik keek hem verbouwereerd aan. Waar verdiende hij dan zijn geld mee? ‘Politicus? Van welke partij?’ Ik keek hem nieuwsgierig aan. ‘Nieuw Nederland.’ zei hij. Hij deed zijn visie over Nederland uit de doeken. Het was zweverig en onrealistisch. ‘We gaan uit van het goede in de mens. Ontwikkeling. Expressie. Samenwerking.’ Het zou alleen werken als de wereld niet verloederd was. Als de wereld niet beschikte over fraudeurs, dieven, moordenaars en zedenplegers. Als de wereld beschikte over louter goede mensen. ‘Het zou je wel goed uitkomen als het kabinet viel, dus?’ vroeg ik hem. ‘Nee. We willen er aan werken. Ontwikkelen.’ Naar mijn weten zou hij eeuwig blijven ontwikkelen, en zou het kabinet nooit mogen vallen.

Mijn nuchterheid zei dat ik beter niet verder kon vragen. ‘Muzikant?’ vroeg ik dus maar. ‘Gitarist? Zanger?’ Hij keek liefdevol naar zijn gitaar. ‘Alles. Ik schrijf, zing, treed op…’ Hij liet een stilte vallen. ‘Maak jij muziek?’ ‘Nou…’ Ik keek hem even vertwijfeld aan en vroeg me af of ik dit moest vertellen. ‘Ik heb een paar jaar basgitaar gespeeld.’ Zijn ogen begonnen te twinkelen. ‘Dan moet je zeker eens langskomen! We improviseren iedere zondag hier in de Coffee Connection! Ken je dat?’ Ik knikte. Ondanks mijn knik besloot hij toch uit te leggen waar het koffiehuisje zat. ‘Er staat een grote contrabas. Daar wordt ook daadwerkelijk op gespeeld.’ ‘Hoe heet jullie formatie?’ vroeg ik. ‘LunaxMe.’ zei hij. Hij had zijn blik weer gefocust op de weg. ‘Ik zit te denken om het te veranderen. In LuMoon. Gelezen maan. Lu is Frans voor gelezen.’ Ik wist wat lu betekende, en ook wat maan betekende. Hij begon me op de zenuwen te werken. ‘Je woont dus in Amersfoort?’ Ik besloot het onderwerp van het gesprek te veranderen. ‘Ja. In een appartement. Bij mijn ‘ex’, zoals ze dat noemen. Maar ik vind dat zo’n onzin. We zijn voor de wet gescheiden, maar we zijn nog steeds bevriend. Bovendien delen we ons dochtertje.’ Zijn gezicht begon te stralen toen hij over zijn dochter begon. Hij drukte op het stopknopje. ‘Hier.’ Hij duwde me een visitekaartje in de hand. ‘Tot ziens! Eh… Hoe heet je?’ ‘Ingelise.’ Zei ik hem met een glimlach. Ik zette de iPod aan die ik nog steeds in mijn handen had gehad. Zijn visie was mooi. Ik stopte mijn oordopjes in mijn oren. Mooi, maar onrealistisch. Ik dacht nog even na over het droombeeld dat hij had gecreëerd. En bedacht dat de wereld niet uit louter zuivere gewetens bestaat.

Advertenties

4 Reacties op “De man van de maan.

  1. Goed stuk. En soms is dat echt gruwelijk irritant, van die mensen die dan tegen je aan gaan praten in de bus/trein als jou gezicht op “geen zin in gesprek” staat. Sommige mensen schijnen dat niet te zien.

    Like

Reacties zijn gesloten.