Waarom ijs me zo afschrikt.


Soms, als de buurkinderen met hun vuvuzela’s al op bed liggen, geniet ik van de stilte die over de moderne vinexwijk waar ik woon heerst. Met het raam open, tot mijn vingers blauw worden van de avondkou staar ik uit het raam. Laatst was het weer zo’n avond. Ik keek naar de groene tuinen van ons en onze achterburen. Ineens moest ik denken aan die keer dat ik door het ijs zakte.

Ik was een jaar of tien. Samen met Eline, toentertijd mijn beste vriendin, betrad ik het ijs. De sloot was dichtgevroren. Eline en ik liepen over het bevroren water, op naar het grote vlak dat ook helemaal dicht was. We drentelden wat over het ijs. Eindelijk konden we op het eilandje midden in het grote vlak water. Tenminste, zo groot is het niet, maar ik was tien, dus dan is alles nog wat groter. We sprongen van de kant op het ijs, en weer terug. Helemaal aan het einde van het slootje zit een rioolbuis. Eline en ik liepen erheen. Zij over de kant, ik over het ijs. Ik wilde weten of het ijs daar ook bevroren was. Voetje voor voetje liep ik naar de rioolbuis. Ik boog voorover om in de rioolbuis te kijken. Stapje voor stapje. Het ijs kraakte vervaarlijk. Dapper als ik was deed ik nog een stapje. Dat laatste stapje werd me fataal. Het ijs kraakte nog harder. Ineens lag ik daar. Ik dobberde in het ijskoude slootwater. Ik kan me nog precies herinneren wat voor uitdrukking Eline op haar gezicht had. Ze schrok. Op mijn rug dreef ik enkele minuten in het water. Zo voelde het tenminste, het zullen een paar luttele seconden zijn geweest. Snel zwom ik naar de kant, terwijl ik in tranen uitbarstte. Eline en ik rende zo hard als we konden richting mijn huis.

De achterbuurvrouw kwam al aangesneld, en zei dat ik maar door haar tuin moest lopen. De kou was snijdend. Ik rende naar binnen, ik vroeg me niet eens meer af waar Eline was. Het was koud, ik moest naar binnen. Eenmaal binnen trok ik mijn kleren uit en rende ik naar de douche. De warme douche. Uren stond ik onder de warme douche, het stinkende slootwater van me afspoelend. Het leek op een mislukte wet t-shirt-wedstrijd. Mijn moeder stopte mijn kleren in de wasmachine terwijl ik me afdroogde. Geschrokken vertelden Eline en ik wat er gebeurd was. Het was doodeng. En koud. Vooral koud.

Sinds dien is de winter niet meer mijn lievelingsperiode. Sindsdien prefereer ik de zomer. De warme zomer. Waar ik vrijwillig in het opgewarmde  slootwater kan springen. Of misschien erin val omdat ons lekke rubberbootje omslaat. Maar ijs? Nooit meer. Die hele winter lang heb ik niet meer op het ijs gestaan. Ik durfde het niet meer. En nog steeds schrikt ijs me af. Van ijsblokjes tot gletsjers op televisie. Alleen perenijsjes en raketjes zijn nog welkom in mijn leven. Maar op dat ijs ga ik nooit meer staan.

Advertenties

8 Reacties op “Waarom ijs me zo afschrikt.

  1. Je moet ook helemaal niet op het ijs gaan! Je moet het eten! PTRCK ijs is bijvoorbeeld niet gevaarlijk.. naja voor mensen dan.

    Like

  2. thanks, thanks, thanks. wel leuk hoor, iemand die zo’n ongezouten mening heeft. het komt inderdaad niet uit een potje en ik ben er ook heel blij mee! maar ik vind juist die veren zo leuk:O werd je bij de sacha?

    Like

  3. Wat een eng verhaal! Gelukkig is het allemaal goed afgelopen. Nee, geef mij ook maar de zomer zonder ijs hoor!

    Like

  4. Ik vind ijs ook maar niks, maar dat komt vooral omdat ik niet kan schaatsen en omdat ik een koukleum ben.
    Wat een verhaal trouwens. Best eng als je als 10-jarig meisje zoiets meemaakt.

    Like

  5. Oh dat lijkt me ook wel eng, zeker als je 10 bent. Ik ben een keer tijdens een wandeling met mijn voet door het ijs gezakt (ik was een jaar of 11 en heel stoer. ik durfde wel op het ijs te stampen ookal zei mam dat ik dat niet moest doen). en toen kon ik de rest van de wandeling afleggen met een natte, ijskoude voet. Gelukkig botste mam daarna met de auto tijdens het parkeren tegen een paaltje. Toen was er een deuk in de auto en kon ik haar ook uitlachen.

    Like

Reacties zijn gesloten.