Ouderlijk toezicht.


Vastgekleefd aan de bank probeerde ik de slaapzak van me af te schoppen. Ik wist niet zo goed of ik mijn ogen open moest doen. Gezien het feit dat het toch een keer zou moeten besloot ik het snel en pijnloos te doen. De lucht leek helder. De sneeuw is weg, was het eerste wat in me opkwam. Ik besloot de gruwelijke hitte te verdrijven uit de kamer door een raam open te zetten. De sneeuw was nog niet weg. De wegen waren slechts sneeuwvrij gemaakt. Met moeite trok ik het raam open en nestelde ik me weer in de slaapzak.

Ik overdacht de vorige avond, of eigenlijk de vorige nacht en bedacht me tegelijkertijd dat ik niet wist waar ik eigenlijk wakker was geworden. Niets meer dan Amsterdam, tenminste. Ik groef in mijn geheugen en keek nog eens naar buiten. De Zuidas. Mijn voeten deden nog pijn van de vorige nacht, en dat terwijl we niet eens gedanst hadden. Ook waren we niet van het centrum naar de Zuidas gelopen. Moest er nog eens bijkomen. Aan het bedrag van de taxi bedacht ik me hoe ver we van het centrum af moesten zijn. Als we dat waren gaan lopen had het meer weg gehad van een dronken Nijmeegse vierdaagse. Ik besloot dat half tien nog te vroeg was en draaide me nog eens om. Verder dutten tot de anderen wakker waren leek me geen slecht plan.

Het duurde slechts een paar minuten voordat ik ook daadwerkelijk was ingedut. Zo klaarwakker als ik ineens was, zo heerlijk sliep ik ook ineens waar. Ik droomde over trams, dat moest komen door mijn ietwat langer dan geplande verblijf in Amsterdam. Niet dat het wat deerde, ik genoot van de tramritjes, de biertjes en de ellenlange gesprekken over politiek, de School voor Journalistiek en uiteraard het leven die ik met André voerde. Terwijl ik zo heerlijk lag te dommelen verstoorde een harde bel mijn slaap. Ik hoopte dat de onverwachte bezoeker weer zou vertrekken. De slaapkamerdeur ging open. ‘Hallo? Hallo! Nee?’ Michiel nam de telefoon op. De onverwachte bezoeker was blijkbaar vertrokken. Ook Michiel, de eigenaar van het huis vond het allemaal gezegend en dook terug zijn bed in.

Niet veel later hoorde ik iemand een sleutel in de deur steken. Ik realiseerde me dat Michiel’s huisgenoot ongetwijfeld thuis zou komen. Snel gristte ik mijn kleren bij elkaar en trok ze aan. Ik hoorde Michiel in de keuken praten met een man en een vrouw. Een man en een vrouw. Dit was niet oké. Ik trok mijn shirt aan en hees mijn broek omhoog. Halverwege stak een vrouw van halverwege de vijftig haar hand uit. ‘Hallo!’ ze stelde zich voor. Met mijn broek op mijn knieën gaf ik haar een hand. ‘Ja, dit is dus… Ingelinde.’ zei Michiel snel. ‘Vriendin van me, kon niet meer naar Utrecht en is dus hier komen overnachten.’ Ik glimlachte. ‘Hai. Ingelise.’ Beleefd maakten we een praatje terwijl ik de rest van mijn kleding aantrok. Ook zijn vader kwam binnen aan wie ik mij ook netjes voorstelde. We keuvelden wat over koetjes en kalfjes en hoe gezellig Michiel en ik gister bier hadden gedronken. De slaapkamerdeur ging open. Nonchalant kwam André Michiel’s kamer uitgelopen. Hij knoopte zijn bloesje dicht en keek triomfantelijk de kamer in. ‘Goedemorgen.’ Het bleef even stil. Tien lange seconden. Het leken minuten. ‘Stel je ons nog voor, Michiel?’ ‘Eh… Ja.’ Michiel stond even versteld. ‘André, mijn ouders, pap, mam, André.’ De situatie was pijnlijk en duurde lang. ‘Nou, wij gaan maar weer.’ Zei Michiel’s moeder. ‘Dag! Leuk jullie ontmoet te hebben!’ ze knipoogde nog even naar André. Michiel liep met zijn ouders naar de deur om ze uit te zwaaien. André en ik keken elkaar aan en begonnen tegelijk te lachen. Ja. Dit was nu al een goed begin van onze dag.

Advertenties

2 Reacties op “Ouderlijk toezicht.

Reacties zijn gesloten.