De goede doelen-verkoper.


Het leek me eigenlijk best een goed plan. Een lange, klamme wandeling door Amersfoort. Ik was hier toch, en nu ik toch zo lang zonder fiets heb gezeten heb ik de smaak van het wandelen te pakken gekregen. Plus, de zon scheen, en mijn bleke gezichtje kan best wat leuke sproetjes gebruiken.

De lange wandeling eindigde in het centrum van Amersfoort. Op het immer bruisende Sint Joris Plein. Dacht ik. Ik besloot dat ik ontzettend veel zin had in een ijsje, en ik besloot dat ik dat verdiend had omdat ik was gaan lopen in plaats van bussen. Ik maakte rechtsomkeert naar de ijswinkel. Met zonnebril op en muziek in mijn oren paradeerde ik verder.

Een blonde jongen kwam op me afgesprongen. Uit beleefdheid deed ik mijn oordopjes uit en mijn zonnebril af. Hij wilde me namelijk wat vragen. ‘Mag ik een klein beetje van je tijd lenen?’ Ik keek hem een beetje beteuterd aan. ‘Volgens mij heb ik je al aangesproken. Of kennen wij elkaar?’ Ik keek hem nu verbaasd aan. ‘Je staat natuurlijk door heel Nederland?’ vroeg ik. Hij bevestigde. ‘Ik kom uit Utrecht, daar kom ik je vast vaak tegen.’ Dat verbaasde hem niets. ‘Hee, ik ga je even een verhaaltje vertellen. Maar eerst stel ik me even voor.’ Hij noemde een naam die ik al vergeten ben. ‘Het zijn de rode lippen trouwens, waarvan ik je ken.’ Onwillekeurig zei mijn gezicht meer dan duizend woorden. ‘Je kijkt me aan als in ‘hier heb ik geen zin in,’ kan dat?’ Dat kon goed kloppen, het was namelijk ook waar. Hij brabbelde een verhaaltje over SOS Kinderdorpen. Halverwege brak ik in en maakte ik zijn verhaltje af, inclusief alle cliche’s. ‘Hoe weet je dat?’ ‘Ach, ik heb vorige zomer ook promotiewerk gedaan. Werk je voor Streetwise?’ vroeg ik. ‘Ja! Jij ook?’ Ik moest lachen. ‘Nee. Pepperminds. Ik heb het vijf dagen volgehouden.’ Ik vertelde hem maar niet dat Streetwise vaak valse donaties scheen te schrijven, dat kon ik de arme knul niet aan doen. ‘Steun je zelf een goed doel?’ ‘Vijf. Ik kan niet voor een doel lopen en het niet steunen.’ ‘Zo. Nobel, hoor.’ Ik geloofde er geen snars van. ‘Maar Streetwise. Je loopt wel eens op de Uithof met Anneke, of niet?’ Ineens viel er een kwartje. ‘Ja! Is dat een goede vriendin van je?’ ‘Mwah. We kennen elkaar van vroeger.’ Hij probeerde me nogmaals te laten doneren. Ik kende zijn truucjes, hij mijn excuses. ‘Kom van het zomer bij ons werken! We zoeken nog vrouwen.’ Ik keek hem aan en deed mijn best niet heel hard te lachen. ‘Ben je gek? Ik ga toch niet voor mij lol hier op straat staan verkopen? Ik kon er niks van, ik kan er niks van en ik wil er niks van kunnen.’ Hij op zijn beurt keek nu wat verbaasd. ‘Maar je kunt goed praten en je bent leuk! Hoe kun je dit nou niet kunnen?’ Hij leek oprecht verbaasd. ‘Ik verkoop geen gebakken lucht. Doe ik niet.’ Hij keek nu meer beteuterd. ‘Mag ik toch een knuffel?’ hij verloor zijn verstand. ‘Je bent leuk. Heb je een vriendje?’ De arme knul. Hij wist zich geen raad meer. Ik gaf hem een knuffel en liep snel verder. Ik ging een ijsje halen. Nu echt. In de hoop de iets te oprechte knul voorlopig niet meer tegen te komen.

Foto

Advertenties

Een Reactie op “De goede doelen-verkoper.

Reacties zijn gesloten.