De dikke Duitse meneer.


Ik dacht gewoon even rustig naar Rotterdam te gaan. Zoals dat kan met een OV-jaarkaart. Immers, nu dat prachtige idee nog in mijn bezit is moet ik het uitbuiten. Ik hoef slechts een pasje met mij mee te dragen, en ik heb recht om te reizen in bijna ieder openbaar vervoersmiddel binnen Nederland. Behalve de veerboot, schijnt, maar dat moet ik nog eens zelf ondervinden. Overigens vraag ik mij af of het überhaupt mogelijk is zwart te reizen met een veerboot.

Dat alles geheel terzijde. Ik wilde een rustige tocht naar Rotterdam. Deels omdat het treinreizen mij op zich heel goed doet. Ik verlang dan altijd naar verre oorden, de oriental express en, nou ja, de stad waar ik heen reis. In mijn geval is zo’n reis ook vaak een groots avontuur, zoals die keer dat ik naar Amstelveen moest, maar dat is een ander verhaal. Trots dat ik zonder angst in een trein kan stappen, ik leef immers in de wetenschap dat ik nooit bekeurd zal worden omdat ik in een verkeerde trein zit en ook altijd wel weer terug kom, liep ik de grote stationshal in. De borden gaven geen Rotterdam aan. Nergens stond Rotterdam. Natuurlijk wist ik waar die trein aankwam en zelfverzekerd liep ik naar spoor acht/negen. Ik had gelijk. Of geluk, hoe u het maar wil bestempelen. Er kwam een trein aanrijden. Er stond Rotterdam op. En een Wi-Fi-icoontje. Ik kon mijn geluk niet op. Dolgelukkig en stralend liep ik naar de conducteur. ‘Is dit echt de trein naar Rotterdam?’ Enigszins vertederd keek hij me aan. ‘Ja!’ Ik stapte in nadat de trein was leeggelopen. Ik zocht een plekje waar ik alleen kon zitten. Alleen met mijn laptop en Wi-Fi.

Mijn laptop kwam langzaam op gang. Hij stond me gezellig aan te kijken toen er drie mensen binnenkwamen. Of eigenlijk vier. Maar de vierde was niet te zien. Twee vrouwen en een man. De man legde de koffers op de daarvoor bestemde rekken. Hij bood de dames een plaats aan en ging zelf naast mij zitten. De reden was duidelijk. Zonder tas neem ik ongeveer een halve stoel in beslag. De man die naast me kwam zitten nam precies anderhalve stoel in beslag. Hij brabbelde wat in het Duits met zijn vrouw en zijn buitenvrouw. Keek wat naar mijn scherm. Ik durfde niets te typen. Niets te twitteren over de dikke meneer. Straks kon hij Nederlands. Dan hij boos worden en me fijnpletten, en zou ik Gouda nog niet eens levend bereiken.

Daar was het. Het moment van inspiratieloosheid. Door de dikke man. De dikke Duitser. Ik spreek zijn taal niet. Anders had ik hem kunnen vragen ergens anders te gaan zitten. Of dan had ik hem misschien gevraagd of hij wel keurig anderhalf kaartje had gekocht. Ik wist zeker dat de conducteur dat hem zou vragen. Ik had wat recepten van Sonja Bakker voor hem kunnen googelen. Wat informatie over obesitas. Over het feit dat ze hem misschien wel de trein uit moesten zagen straks, omdat de gangpaden in Wi-Fi-treinen nogal smal zijn. Maar ik kon het niet. Ik kan geen Duits. Ik kon alleen maar wachten tot we eindelijk in Rotterdam zouden arriveren. Eerder zou ik de trein niet eens uit kunnen.

Foto

Advertenties

2 Reacties op “De dikke Duitse meneer.

Reacties zijn gesloten.