Wandeling door Amsterdam.


Het asfalt was bezaaid met miljarden regendruppels. Ik trok de voordeur achter me dicht. Het was één van de vele voordeuren die ik al was in- en uitgestapt in deze stad. Het moest vroeg in de morgen geregend hebben. De lucht was wat grijzig, maar het was droog. Ook had ik de regendruppels niet horen vallen en toen we waren vertrokken uit de kroeg was het ook nog droog. Ergens in mijn diepe slaap had het geregend.

Ik wandelde door de straten, de eindeloze straten. Van het immer bruisende uitgaansleven was niets meer te merken. Alle feestende inwoners van de stad lagen uit te kateren van de net te dure biertjes die de vorige avond waren genuttigd. De grachtengordel niet. Die had thuis een goed glas wijn genuttigd. Niet teveel. Er moet immers gewoon gewerkt worden. Ik wandelde over een gracht. Langs een kade. Overdacht mijn nog korte leven eens. Keek naar de gebouwen, de huizen, de grachten en haar woonboten. De idyllisch betegelde portiekjes waar zich deuren bevonden naar de huizen waarachter zich allerlei verhalen afspeelden. De tram tingelde nog eens wat in de verte. De rest van de straat was stil. Zo had ik ook bij elke voordeur waar ik ooit naar binnen was gegaan mijn eigen verhaal. Soms meerderen. Mooie verhalen, tragische verhalen, verhalen die ik iedereen vertel en verhalen die alleen van mij zijn. Soms niet eens mijn verhalen.

Op de Overtoom reden wat auto’s en trams. Even sta ik stil voor het huis waar verre familie van me woont. Ze schrijft ook. Heeft verschillende echtgenoten gehad en woont nu in een prachtig pand op de Overtoom. Haar haren zijn volgens mij vuurrood, wellicht professioneel gekunsteld door een kapper. Dat is zo’n beetje wat ik van d’r weet. Aanbellen durfde ik tot nu toe nooit. Ook deze morgen niet. Het was nog te vroeg. Winkels waren nog gesloten. Hier en daar stonden wat mannen op steigers de huizen te renoveren. Een meisje staat voor de winkel waar ze vast werkt een sigaret te roken. Haar blonde haren wapperen in de gure, grijze wind. Slechts enkele broodzaken zijn open. Het is nog niet nodig. De stad slaapt nog. Het is nog rustig, het zal nog even duren voordat de stad écht zal ontwaken. Voordat de toeristen op wonderbaarlijke wijze overal vandaan zullen komen. Voordat de charismatische mannen in pakken aan hun lunchwandelingetje beginnen. Voordat de juweliers en designerwinkels hun deuren zullen openen voor de kunstig geblondeerde dames die graag in de P.C. Hooftstraat hun dag doorbrengen. Voordat de confettigeneratie zal opstaan. Het is een kwestie van tijd voor de stad wakker zal worden.

Een druppel valt op mijn neus. Het is tijd om te gaan. Tijd om de stad waar ik langzamerhand zo van ben gaan houden te verlaten. De stad die om onverklaarbare redenen mijn hart stal voor even gedag te zeggen. Te verlaten tot een volgende keer. Dan, op een dag kom ik terug. Voorgoed.

Advertenties

3 Reacties op “Wandeling door Amsterdam.

  1. Mijn missie om je ook van Amsterdam te laten gaan houden is blijkbaar geslaagd. Ik heb een keer ’s ochtends vroeg op de Dam gezeten, ook heel bizar om dat plein ook helemaal leeg te zien.

    Like

Reacties zijn gesloten.