De verdwaalde buschauffeur.


Een uur vertraging had er al voor gezorgd dat ik veel later thuis was dan ik had gepland, en zodoende kon ik ook veel later weg dan gepland. Immers, er stond nog een enorme pannenkoekenafwas waar ik mijn huisgenootjes niet mee op wilde zadelen, en ook al denken sommigen van niet, ik moet ook avondeten. Het lukte allemaal. Mijn keuken was weer netjes, mijn buik weer gevuld en ik kon weer op weg naar Amsterdam voor een welverdiend biertje.

Onwetend dat de reis naar Amsterdam langer zou duren dan gepland, stond ik te wachten op de bus. Wonderbaarlijk snel kwam deze opdagen, er kon weinig misgaan. Ik checkte in, maakte het mijzelf voor de komende zeven minuten gemakkelijk. Het ritje ging voorspoedig. Een paar bushaltes raasden voorbij.  We kwamen bij de enalaatste bushalte. Er kon niets meer misgaan. Ik hoorde wat geroezemoes. De buschauffeur kreeg een berichtje. Onze enige rechtstreekse route naar het station was afgesloten. We moesten lopen of omrijden. Ik bleef even zitten, compleet verward. Toch leek het me handig even te vragen wat er was. Ook de buschauffeur wist het niet.

Op dat moment begon er weer iets te piepen en te kraken. ‘Er is iemand in de hijskraan geklommen en nu mogen jullie er niet langs. Zoek maar een alternatieve route.’ Het Vredenburg was afgesloten voor eenieder met een motorvoertuig. Uit angst dat de man, die achteraf gewoon in de war bleek te zijn, eruit zou vallen ofzo. ‘Gaan we nog naar het station?’ vroeg ik de buschauffeur. ‘Ja. En jij moet de weg wijzen, want ik weet niet waar we heen moeten.’ Ik keek hem verbaasd aan. ‘Ik ben hier net nieuw.’ Verklaarde hij. Ik mocht hier dan al wel een tijdje in Utrecht rondlopen, de busroutes kende ik niet precies uit mijn hoofd. ‘Hm. Ik zou bij de Stadsschouwburg naar rechts gaan, en dan met de weg mee. Kom je bij het Ledig Erf uit.’ Zei ik. Hij keek even. ‘Daar mag ik niet langs met de bus.’ Ik dacht diep na. ‘Dan zou ik de route van lijn drie nemen, en dan overgaan op de route van lijn twaalf.’

Dat leek ook hem het beste. Ik moest hem wel de weg blijven wijzen. Hij kwam uit Amsterdam, en reed hier nog maar een maand. Daarbij had hij honger. Dat vond ik niet geheel onlogisch, het was inmiddels half negen. We scheurden door de straten, reden bushaltes voorbij. Achteruit de bus kwam een jongetje van een jaar of dertien aangewandeld. ‘Zeg, gaan we eigenlijk wel naar het station?’ vroeg hij. De buschauffeur scheurde door en keek even snel achterom. ‘Ja. We zijn alleen nog even aan het uitzoeken hoe. Weet jij een goede route?’ Het jongetje keek naar voren. ‘Nee.’ We reden inmiddels door Wittevrouwen. Ik was blij dat ik in deze buurt had gewoond. De goedkope Ina Boudier Bakkerlaan dan wel, maar ik wist kende de buurt een beetje.

We moeten harder dan te toegestane snelheid gereden hebben. Maar op een wonderbaarlijke manier reden we in één keer goed. De buschauffeur zette ons de bus uit. ‘Tot de volgende keer!’ zwaaide ik vrolijk. Ik ging op weg naar het station. Niet wetende dat het ook daar chaos was. Ik had de bus overleefd. Ik moest en zou naar Amsterdam komen. Hoe wist ik nog niet. Maar na het busincident zou het lukken.

Advertenties

2 Reacties op “De verdwaalde buschauffeur.

  1. Ik vond de vorige posts sterker geschreven. Desalniettemin een vermakelijk verhaal!

    Like

Reacties zijn gesloten.