De ode aan Ondiep.


Om tien uur dringt de geur van verse sigarettenrook mijn kamer binnen. Als het lekker weer is. De geur van de net gedraaide Drum doet me altijd denken aan mijn opa. In mijn beleving rookte hij enorm veel, maar in werkelijkheid was dat helemaal niet zo. De rook die ik nu ruik is niet van mijn opa. Integendeel. Van mijn gepensioneerde buurman. De beste man heeft een ringetje in zijn oor met een kruisje als hangertje eraan bungelen. Daar zit hij dan. Met de Telegraaf in zijn handen van zijn koffie te genieten. Als ik de deur uitstap groet hij me altijd vriendelijk. In het plat Utrechts.

Ik woon in Ondiep. Achter het café waar Wesley Sneijder zijn jonge jaren doorbracht. Waarschijnlijk met zijn vader een balletje schopte. Of met zijn opa. Net als dat nu gebeurt. Een jongetje van een jaar of vijf speelt regelmatig een potje voetbal met zijn opa. Of hij een groot talent is weet ik niet, maar hij komt uit Ondiep. Hij voetbalt voor het café waar Sneijder waarschijnlijk zijn eerste biertje dronk. Het café is op de gekste tijden op. Soms wanneer ik om zeven uur op de bus sta te wachten, zitten de echte Ondiepers al aan hun eerste drankje. Sherry voor de vrouwen, gok ik zo. Niet dat er vaak vrouwen zijn. Meestal zitten er mannen. Aan een pilsje. Vriendelijke mannen die hun tijd graag spenderen op het terras. Iedere ochtend word ik vrolijk begroet en krijg ik weer een complimentje over mijn rode lippen.

Dan zijn er nog den bakker en de bloemenzaak. En binnenkort de ijssalon. Ik hoef over een paar weken niet meer helemaal naar de stad voor een ijsje. Dat is maar goed ook. Ik hoop dat ze ook waterijsjes verkopen. Perenijsjes bij voorkeur, daar houd ik van. Nu kan ik alleen maar schepijs halen. Om negen uur ’s avonds. De klok kan er gelijk op gezet worden. De bellen van de ijswagen hoor je al van verre. Een man met een ijscowagen rijdt iedere avond door de straat. Van maart tot oktober. Negen uur. Volgens mij verkoopt hij nooit wat. Hij staat altijd even in de straat stil. Soms voor mijn raam. Dan zwaai ik even. Hij zwaait nog terug. Het is een bijzondere man.

Na ht uitgaan vraag ik mij vaak hetzelfde af. Wie bakt er nou om drie uur ’s nachts brood? Het antwoord komt naarmate ik dichter bij huis kom. De bakkerij. De geur van vers brood teistert mij na het uitgaan. Ik krijg er steevast honger van. Dan ga ik slapen. In de rustigste straat van Utrecht. Om soms ’s ochtends gewekt te worden met Nederlandstalige muziek, de idolen van Dries Roelvink. Niet altijd. Wel met de geur van versgedraaide Drum. Steevast.

Advertenties

3 Reacties op “De ode aan Ondiep.

  1. Ik kan me nog goed herinneren dat Wesley Sneijder amper 5 jaar oud alle deuren in het ondiep af ging om te vragen of er iemand met hem wou voetballen. Hoe groter de tegenstanders waren hoe leuker hij het vond. Tot hij iedereen dermate dol had gevoetbald dat niemand meer zin had om tegen hem te voetballen.

    Mijn tante Til woont er midden op en mijn Ome Sjon heeft er gewoond, mijn familie zijn de vleesgeworden Tineke Schouten types. Inclusief alcohol en nicotine voorliefde.

    Heerlijke wijk, maar met de veryupping ervan duurt dat niet lang meer.

    Like

Reacties zijn gesloten.