Fietsenmaker bij nacht.


De verstandigste ben ik nooit geweest. Daar heb ik een oudere zus voor. Zij is degene die verantwoordelijke is. Ik daarentegen ben vrij als een vogel en ietwat roekeloos af en toe. Zo komt het ook dat ik nog wel eens besluit te couchsurfen. Of de nachttrein te nemen. En dan vanaf het station mijzelf alleen naar huis te vervoeren.

Dat was ook de reden dat ik alleen liep. Mijn fiets was stuk. De ketting lag eraf. In alle haast, ik dacht dat ik binnen een half uur op school moest zijn, had ik mijn fiets ergens aan een hekje gezet. Die zou ik later die dag ophalen. Later die dag werd na een nachttrein. Het maakte me niet zoveel uit wat ik zou doen. Een nachtelijke wandeling is één van mijn favoriete bezigheden, dus ik zou me wel vermaken. Het regende niet, dus wat lette me. Eenmaal in Utrecht regende het. Uiteraard. Ik liep zoveel mogelijk onder afdakjes, maar naar mijn huis is dat niet helemaal mogelijk. Dus, dacht ik, ik doe mijn sjaal over mijn hoofd. Ik keek in een etalageruit en vond dat ik er nog best goed uitzag. Parmantig wandelde ik met de sjaal over mijn hoofd naar huis.

Halverwege stond mijn fiets. Ik kon hem net zo goed nu meenemen. Ik wandelde naar mijn fiets. Gefrustreerd dat ik er niet op kon fietsen stepte ik wat. Tot ik een idee kreeg. Het was briljant. In mijn ogen. Ik stepte naar een lantaarnpaal en legde mijn fiets op de grond. Zo kon ik mijn fiets repareren en het laatste stukje fietsen. Immers, zo moeilijk kon het toch niet zijn mijn ketting er weer op te leggen? Ik prutste wat en vond mezelf erg stoer. Drie uur ’s nachts, en daar zat ik. Op mijn knieën mijn fiets te repareren.

Er reed een politiewagen langs. Even keek ik op. Ach, politie. Ik reed niet zonder licht, ik reed namelijk niet. Ik weet precies hoe het gegaan moet zijn. ‘Eh, collega draai daar even om.’ De auto kwam terug gereden. Het raampje ging naar beneden. Een jongeman met een geforceerd streng gezicht begroette me met een semi-nors ‘Hallo.’ Hij deed erg zijn best autoritair over te komen, maar gezien het feit dat hij maximaal vijf jaar ouder dan ik was, was ik niet echt onder de indruk. Vrolijk groette ik hem dus maar terug met een wederhallo. Hij keek me aan. Ik haalde mijn oordopjes uit mijn oren. Het bleef een lange tijd stil. Hij vroeg niks, hij keek me alleen maar aan. ‘Ik ben mijn fiets aan het repareren.’ Zei ik tenslotte triomfantelijk. Hij keek me nog steeds aan. Mijn nette blazer en verzorgde make-up moesten toch verraden dat ik geen fietsenstelende verpauperde roma was, ondanks de sjaal op mijn hoofd. ‘Succes.’ Het raampje ging weer dicht.

Dat was het. Een ‘succes.’ Ik was boos. Succes heb ik genoeg, wat moest ik daar nou weer mee? Geen helpende hand. Geen schoonmaakdoekjes voor de veeg op mijn gezicht. Geen lift. Een succes. De politieauto draaide zich weer om. Ik stak mijn tong uit. Ze waren toch al uit zicht. Ik prutste nog wat aan mijn fiets. Het succes mocht niet baten. Ik ging verder lopen. Een nachtelijke wandeling is immers één van mijn favoriete bezigheden.

Advertenties