De Mars der onbeschaafden.


Beschaafd is het laatste woord dat in mij opkwam toen ik maandag Den Haag inkwam. De tram zat volgepropt met kunstgekkies die op weg waren naar het Malieveld. Leuk feitje: het Malieveld is nog geen vijf minuten lopen. Dit zou nog wat worden. Uiteraard stond er uit voorzorg al heel wat politie. Gezellig, lekker knus in de schaduw. Een busje van de SP, mijn lievelingspartij sierde de rand van het Malieveld. Ondanks dat er expliciet was gevraagd geen politieke uitingen te doen. Meisjes met blauwe pruiken en foldertjes huppelden rond voor de FNV. Links stond een kraam met drinken, rechts allerlei kraampjes met etenswaren.

De sfeer was prima. Zo goed dat het me zelfs een beetje deed denken aan het Bevrijdingsfestival in Utrecht. Het publiek was ook hetzelfde, alleen waren hier geen Only Seven Left-fanmeisjes. Hooguit hier en daar een groupie van Daan Schuurmans of een Halina Reijn wannabe. Er kwam een meisje voorbij gelopen met slechts nog een violetkleurige BH aan. Tja. Kunstgekkies. Zo rollen ze. Ze had nog net niet alleen haar tepels afgeplakt met kruisjes bij wijze van demonstratie. Kruisjes waren verder veelal te bekennen. Op paraplu’s, zonnebrillen, op ballonnen en zelfs wat semi-permanente tatoeages zaten ertussen. De één noemt het creatief, ik bestempel het zelf liever als verpauperd. Afgebladderd schilderstape op een goedkope paraplu. Ik heb innovatievere logo’s gezien. En dat voor de kunstsector.

De hitte sloeg toe. De sfeer bleef prima. Eensgezind. Niet gek ook. Alle sprekers zeiden hetzelfde. Alle demonstranten vonden hetzelfde. En vonden ze het niet, dan klapten en joelden ze toch maar. Niet zo gek. Ik gok dat de helft van de demonstranten geen flauw idee had waarom ze een kruisje op hun arm getatoeerd kregen. Het had ook wel iets schattigs. Maar het ging vervelen. Mijn kameraad en ik besloten iets nuttigers te doen: naar het debat wat op dat moment gevoerd werd. Het debat over cultuurbezuinigingen, hetgeen waarvoor deze mensen zo uitzinnig voor stonden te klappen met een ijsje in hun handen. Immers, zo’n demonstratie moet wel leuk blijven. We gaan toch niet boos met spandoeken rondlopen, pff. We zijn toch geen hippies?

Het debat had meer niveau. Eens of niet met de bezuinigingen: de beschaving spatte er vanaf. Hier en daar werd een grapje gemaakt, een goede vraag gesteld en af en toe trok de PVV zijn mond open. Dat was ook heel grappig. Het publiek was rustig, niemand joelde of riep boe. Waarom zouden ze, dan konden ze beter gaan demonstreren. Het Tweede Kamergebouw blokkeren. De ME uitdagen. Dat was wel wat een select groepje mensen van zo’n 800 man dacht. ‘Kom, laten we met z’n allen naar het Tweede Kamergebouw gaan. Dat mag wel niet van de politie, maar ze laten ons er vast wel door.’ Zo geschiedde het. Wij kwamen naar buiten. Een klein groepje kunstgekkies stond te joelen tegen de ME. Doodstil stond de ME. Geen interactie. Alleen maar autoriteit proberen uit te stralen. Ik keek om het hoekje. Ik was een beetje bang voor de ME, dus ik bleef op afstand. De schrik sloeg me om het hart. Vier politiepaarden. En mensen. Heel. Erg. Veel. Mensen. Straks gaan ze, dacht ik. Straks rennen ze met z’n allen op de politie in. Willekeurig joelden ze af en toe wat. Hier en daar knalde er een oncreatieve leus voorbij.

Opeens sloeg de sfeer om. De ME pakte zijn wapenrusting. De kunstgekkies gingen zitten. De eerste werd gearresteerd. De kunstgekkies bleven zitten. Ze zouden niet opstaan. Nooit meer. Een jongen met een megafoon riep af en toe wat. De politie kwam ertussen. ‘Hier spreekt de politie. Mensen moeten zich direct begeven naar het Plein. Er kan geweld gebruikt worden.’ Een boegeroep kwam opzetten. De oproep werd nogmaals gedaan. Er werd meer boe geroepen. Mensen werden opzij geveegd. Nog vier mensen gearresteerd. Tien ME-ers in burger kwamen uit de menigte zetten en wisselden hun burgerkledij in voor politie-jasjes. Om vervolgens terug te gaan, de menigte in, zich laten lynchen door boze demonstranten. De sfeer begon meer te dreigen. Het Spui stroomde vol met politie en nieuwsgierige toeschouwers. Een cameraploeg zat vast in het Tweede Kamergebouw. Alles was dicht. Een paar dappere journalisten waagden zich tussen de boze menigte om die hard verslag te doen.

En ik? Ik was net te klein om te zien hoe de politie begon de menigte weg te vegen. En te bang gearresteerd te worden. Nog banger om geslagen te worden. Ik kon maar één ding doen. Het hogerop zoeken. Ik keek rond. Er moest een plek zijn in één van de gebouwen waar ik boven kon zitten. De was er. Een betere plek bestond niet. De Burger King. Ik rende voor de laatste tram langs voor ze omgeleid zouden worden en sprintte het fastfoodrestaurant in. Het personeel keek me een beetje gek aan. Het kon me niets schelen. Mijn nieuwsgierigheid won. Ik haalde zo wel een ijsje als dank. Ik keek naar buiten. Om te zien hoe de ME onbeschaafd het onbeschaafde volk wegveegde.

Fotoverslag: Iris Vetter

Advertenties