Snouvenirwinkels.


De nachtmerrie maar stiekem natte droom van iedere toerist is het souvenirwinkeltje. Bij ons beter bekend als het ‘snouvenirwinkeltje’. Dit woord komt vast en zeker voort uit één of ander spraakgebrek dat ik vroeger had. Zo was een elastiekje voor mij jarenlang een ‘helastiekje’ en al kon ik kikker prima zeggen, als ik kip moest zeggen werd het steevast ‘pip’. Om dit soort gekke spraakgebreken te voorkomen ben ik dus maar gaan schrijven.

Het snouvenirwinkeltje is meestal een net te klein pandje met net teveel spullen erin. Elk snouvenirwinkeltje, in welke streek of welk land dan ook is eigenlijk hetzelfde. Door de jaren heen niets veranderd. Zo hadden mijn zus en ik vroeger een prachtig sieradendoosje. Van binnen zat een zachte rode stof en van buiten kleine schelpjes die we toen we wat groter waren zochten in de zandbak in onze vinexwijk. Zes euro tachtig om precies te zijn. Met de jaren steeds een beetje duurder geworden, maar in elke Franse streek de specialiteit van de plaats.

De snouvenirwinkels maken mij buiten claustrofobisch ook een beetje bang. Ze staan vol porseleinen prullaria. In kitscherige kleuren met kitscherige printjes erop. Meestal mislukte olijven of andere fruitsoorten die allang niet meer op fruitsoorten lijken. En als ze op fruitsoorten lijken zouden we ze niet eten omdat ze er te vreemd uitzien. Net zoals we geen bloemkool eten die niet wit is en kromme komkommers steevast uit de productie worden gehaald. Voor de kromheid hebben we immers bananen. Na de kitscherige porseleinen troep volgt een walm van zoete geur. Potpourri. Ook in Nederland te verkrijgen en meestal gebruikt op het toilet. Bedwelmend en maakt enige vorm van wiet of hash overbodig. Een snouvenirwinkel is genoeg.

Dan volgt de sectie drank. Hier blijf ik altijd wat langer staan. Iedere streek heeft weer een andere fles om het drankje dat overal hetzelfde is. Maar ik met de ambitie beroepsalcoholist te worden moet toch altijd even stilstaan om te kijken of er nu frambozen of cognac aan het bier zijn toegevoegd. Meestal duwt mijn moeder mij dan al weer vrolijk naar de chocolaatjes waar ik op mijn beurt dan weer gauw voorbij loop. Als laatste zijn er dan altijd nog de ‘streekgebonden producten’. Kompassen uit Pirats of the Caribean. Drie en dertig euro. Een boek van Umberto Eco. Huh? Sigarenkisten uit Cuba. Ik maar denken dat ik in Frankrijk was. Gelukkig is de reis dan meestal ten einde. Duizelend rol ik dan de winkel uit. Weer een ervaring rijker. Een ervaring die ik eigenlijk al honderden keren heb gehad.

Advertenties