Haantjes.


Het fenomeen ‘haantjes’ kende ik eigenlijk alleen uit het boek van Kluun. Ik lees geen Kluun. Niet in eerste instantie omdat ik zijn voorkomen zeer onprettig vind, als je leest hoef je immers niet naar iemand te kijken. Dat hij een notoire vreemdganger zou zijn, a la. Ik ben dan geen vreemdganger, maar lijk mijzelf ook geen leuke vriendin. Dus wie ben ik om het gladde donkerharige marketingmannetje daarop aan te kijken. Het is meer omdat mijn tenen constant krom staan als ik ook maar iets van zijn werk lees.

Maar Haantjes, dat kende ik. Wat erin staat, weet ik niet. Ik weet alleen dat zijn werk is, of het nou gebundelde verhalen of weer zo’n ontzettend sterk boek is, don’t know, don’t care. Dankzij Kluun zelf weet ik ook precies wat haantjes zijn. Mannetjes die graag het hoogste woord voeren. Als ze dat niet kunnen, gaan ze harder schreeuwen om zo alsnog het hoogste woord te krijgen. Kluun is warempel ook nog eens het levende voorbeeld van een haantje. In mijn televisie dan. Wat haantjes naast Kluun inhouden wist ik tot voor kort niet. En wat maakte dat ook uit. Ik heb al genoeg figuurlijke haantjes om me heen, dus waarom zou ik me bezig houden met hetgeen waar dit begrip vandaan komt?

Dat moest ik dus. Onwillekeurig. Hanen kraaien in de ochtend als het licht wordt. Als stads meisje, ik kom liever niet in een dorp, had ik nog nooit een haan horen kraaien. Het kleinste dorp waar ik wel eens kom heet Amersfoort. In een vinexwijk, en daar heb je dus geen kippen. Laat staan haantjes die kraaien als de zon op komt. Wij hebben gewoon een wekker die afgaat met degelijk geluid waar je niet boos van wordt. Dat ik nog een keer wakker gemaakt zou worden door haantjes moest er dus nog eens van komen.

Die dag kwam. Wonderlijk genoeg sneller dan ik wilde, zeker als ik dat achteraf bekijk. Want haantjes zijn dus écht irritant. Verschrikkelijk. Nog erger dan vouwfietsen of hun eigenaren. Het is een herrie. Een lawaai. Ik dacht dat de derde wereld was uitgebroken, maar nee. Het waren slechts een zespaar haantjes die het nodig vonden tegen elkaar op te boksen. Drie weken lang. Om vijf uur in de morgen. Als het licht werd. Ik ben op zoek gegaan naar ducttape. Om de snavels van de kukeleku’ende beesten dicht te tapen. Toen ik dat niet kon vinden heb ik de waterpistool gepakt. Werd me niet in dank afgenomen. De luchtbugs was helaas verstopt.

Haantjes, die ellendige haantjes. Nooit meer wil ik zo’n beest in mijn buurt hebben. Alleen op mijn bord. Ik wil ze bij deze uitroepen tot ergere fenomenen dan vouwfietsen met kettingsloten. En mannen die op haantjes lijken? Zolang ze geen Kluun heten zijn ze welkom.

Advertenties

Een Reactie op “Haantjes.

  1. Gelukkig gaat Haantjes niet werkelijk over hanen, maar die beesten zijn in de ochtend niet bepaald fijn, ik zeg het je.

    Like

Reacties zijn gesloten.