Hoe je kwaad met kwaad bestrijdt.


Ik zag er al ruim drie weken tegen op. De Ikea stond op mijn to do lijst en prijkte inmiddels bovenaan. Ik moest slechts een klein vierkant zogeheten lacktafeltje hebben. En als je zo’n tafeltje wilt moet en zal je de volledige winkel doorlopen.

Kwaad met kwaad bestrijden was mijn motto. Ik was voor het eerst uit geweest in Rotterdam, Roffa, en we hadden het laat gemaakt. Mijn wekker stond wegens ouderlijk bezoek op acht uur, dus na drie luttele uurtjes slaap stond ik koffie te zetten en me klaar te maken voor mijn vertrek naar de Ikea. Ik nam alvast afscheid van mijn geliefde volgers en vrienden, en ging met een zwaar gemoed op weg.

Daar stond ik dan plotsklaps in de Ikea, op zaterdag. Met hoofdpijn, Abba in mijn oordopjes, een kinderintolerantie en een onvermogen vriendelijk excuses te ervaren van de ontstuimige huisvaders die mij zouden aanrijden met hun winkelwagentje. Plus de wetenschap dat ik zou verdwalen. De bordjes die in de Ikea hangen kloppen namelijk niet. Je komt altijd weer bij dezelfde slaapkamer uit. Na vijf minuten was ik volledig de weg kwijt, zowel letterlijk als figuurlijk. Ik had al twee kindermonden van ducttape voorzien en één winkelwagen tegen mijn toch al ietwat slappe knieen gehad. Nergens vond ik het tafeltje. Ik besloot gewoon de bordjes zelfbedieningsmagazijnte volgen in de hoop dat ik ooit nog de uitgang zou vinden. Ik dacht maar één ding. Constant. “Ingelise wil graag opgehaald worden uit de meubelhel. En ze wil er een tafel bij. Herhaling…”

Het duurde ongeveer 23 minuten, twee aanrijdingen, zeven verbaasde blikken om gekke designs, een conclusie dat de Ikea zo’n vijf keer kleiner kan als ze alles gewoon een keer neer zetten, echt, alles staat op minstens vijf verschillende plekken, tot ik in de hemel belande. Het plafond trok open: ik stond in het zelfbedieningsmagazijn. Snel pakte ik een tafel en rende ik naar de kassa. Ik hoekte per ongeluk nog een mevrouw met mijn lacktafel, maar ik kon niet stoppen. De overlevingsdrang was te sterk. Ik zou het slagveld niet overleven. Ik zocht de kortste rij en rende zo goed als mogelijk met mijn tafel naar de bus. Ik leefde nog. Ik was voldaan.

Advertenties