Boekrecensie: Maartje Wortel – IJstijd


Een eeuwenoud en geliefd onderwerp om over te schrijven is de liefde. Ook geliefd is haar tegenhanger: liefdesverdriet. Dit is de rode draad waar Maartje Wortel in haar tweede roman IJstijd voor heeft gekozen. Daarnaast verwoordt ze de zoektocht naar identiteit en sneert ze subtiel naar de Nederlandse literatuur.

Maartje Wortel (1982) wordt misschien geschaard onder jonge auteurs, een groentje is ze niet meer. Met haar verhalenbundel en debuut Dit Is Jouw Huis won ze de tweejaarlijkse Anton Wachterprijs en haar eerste roman Half Mens werd genomineerd voor de Opzij Literatuurprijs en de BNG Nieuwe Literatuurprijs. Inmiddels is het tijd voor haar tweede roman, IJstijd, die vorige week verscheen bij De Bezige Bij.

Veel gevoel, weinig verhaal

IJstijd vertelt het verhaal van James Dillard, een rijkeluisjongen die op zijn 19e door zijn moeder in een hotel is gestopt. Onder het mom ‘voor jezelf leren zorgen.’ Hij leeft het rijke leven, bestelt dure wijnen en kazen. Als hij Marie ontmoet, wordt alles anders. Tot ze hem verlaat. Wanneer hij bijna bezwijkt in liefdesverdriet, belt uitgeverij Gibraltar of hij een boek wil schrijven. In een afwisseling tussen het heden en terugblikken naar zijn tijd met Marie, wordt het leven van James Dillard langzaam een stuk duidelijker.

Hoofdpersoon James Dillard is gevoelig, eenzaam en denkt veel. Dat zorgt voor een lange, lange opbouw in IJstijd. Voor het boek echt begint, is er heel veel voorinformatie nodig. Deze wordt op makkelijk lezende wijze verstrekt door Wortel. Voor je het weet, zit je op pagina 100 en kom je tot de conclusie dat het verhaal nog niet echt is begonnen. Dat maakt weinig uit, Wortel zet Dillard op amusante wijze neer. Zijn rare gewoontes, zijn jeugd en zijn eenzame zwelgen in liefdesverdriet om Marie. Dat Wortel voor de ik-vorm heeft gekozen, is in dit geval een goede keuze. De lezer identificeert zich meer met het personage, dat op de meeste momenten goed uitgewerkt is.

Mannendingen

Er zijn momenten dat Dillard niet helemaal goed is uitgewerkt. Wanneer de hoofdpersoon typische mannendingen doet, zoals staand plassen, wordt er ineens grof taalgebruik gebruikt. Dat past niet bij het personage zoals de lezer hem net heeft leren kennen. Ook zijn zijn details soms net iets vrouwelijker dan de gemiddelde man, wat hij toch wel is, zou beschrijven.

Ook kiest Wortel ervoor om het verhaal in Amsterdam te laten afspelen. Met bekende podia, kroegen en straten. Dit doet af aan het mooie en meeslepende verhaal. Waar de lezer veel ruimte heeft om zelf invulling te geven aan de omgeving, het uiterlijk en innerlijk van de personen, zijn sommige dingen al uitgewerkt. StudioK, de Vijzelsgracht, het zijn allemaal bekende plekken waar de meeste lezers wel eens van gehoord hebben of zijn geweest. Ineens is de lezer van de wereld in het boek weer gewoon in Amsterdam. Fictieve podia en straten hadden het nog net even wat extra’s gegeven. Want Wortel weet de lezer verder goed mee te slepen door haar schrijfstijl die net niet gedetailleerd genoeg is om de fantasie van de lezer kapot te slaan.

Weinig voorspelbaar

Het verhaal is weinig voorspellend, dat weet Wortel knap te doen. Het enige dat duidelijk is, is dat James en Marie op ten duur uit elkaar zijn. Hoezeer je als lezer ook hoopt dat Wortel zo’n draai aan het verhaal weet te geven dat het toch nog goed komt. Zelfs als lezer heb je de eeuwig durende hoop op een ‘en ze leven nog lang en gelukkig,’ met zoveel gevoel zet Wortel haar hoofdpersoon neer. Wat er precies aan de hand is met Marie en waarom ze hem heeft verlaten, wordt pas laat duidelijk. Wortel houdt haar lezer in spanning.

Wanneer het verhaal na de eerdergenoemde 100 pagina’s eindelijk echt is begonnen, gaat Wortel er ook vol in. Ze sneert zonder gene op de Nederlandse literatuur. Dillard krijgt een boekcontract aangeboden zonder dat hij ooit geschreven heeft. In een hoofdstuk dat hij met een Amerikaanse schrijver in de kroeg zit, houdt de schrijver in kwestie een monoloog over de Nederlandse literatuurwereld. Hoe slecht het is dat mensen zomaar een contract krijgen aangeboden en dat het gros niet kan schrijven. “Iedereen wil tegenwoordig een boek schrijven. Sterker nog, iedereen schrijft tegenwoordig een boek. Maar al die mensen willen niet schrijven, ze willen op televisie.” […] “Korte verhalen, daar moet je mee beginnen. Zo gaat dat in Amerika, daar word je pas serieus genomen als je een briljant kort verhaal kunt schrijven. Daar begin je.” En daar heeft Chuck, en daarmee Maartje Wortel, een goed punt en een prachtige sneer. Niks subtiel, recht voor z’n raap.

Ondanks hier en daar wat kleine gebreken, is IJstijd een boek om heerlijk in weg te dromen. Het leest niet moeilijk, maar dat doet niet af aan de kwaliteit. En de titel is prachtig voor de tijd van het jaar waarin het boek gelezen moet worden. In de winter. Met of zonder liefdesverdriet. James Dillard doet je je ondanks zijn melancholie en drama beter voelen in de koude dagen.

Deze recensie was eerder te lezen op ThePostOnline.nl

Advertenties