Boekrecensie: Toine Heijmans – Pristina


Iets dat de gemiddelde Nederlander nooit volledig zal begrijpen, is het leven van de zogenoemde vreemdelingen in Nederland. Van kamp naar kamp en na jaren ineens terug moeten naar je geboorteland. Ook iets vaags als je het niet van dichtbij meemaakt, zijn de wetten en procedures die vanuit Nederlanders komen. Waarom moet iemand terug naar zijn land? In zijn nieuwe roman Pristina maakt Toine Heijmans de vreemdelingen en onze overheid iets helderder, ondanks dat zijn verhaal fictief is.

Toine Heijmans (1969) is al ruim 18 jaar verslaggever voor de Volkskrant. Na vier jaar voor de binnenlandredactie te hebben gewerkt, wordt hij verslaggever met als specialisme minderheden en asielzoekers. In 2011 publiceerde hij de roman Op zee, die later verfilmd is. Inmiddels is het tijd voor zijn tweede roman. Hij heeft er de tijd voor genomen en zijn research gedaan.

Egypte en Kosovo

Voor Pristina is Heijmans naar zowel Egypte als Kosovo afgereisd op zijn research te doen. Dit in combinatie met zijn specialisme in minderheden en asielzoekers zorgt in Pristina voor een geloofwaardig en beeldend geschreven boek. Het boek vertelt het verhaal van Albert Drilling, een speciale ambtenaar die vreemdelingen terugbrengt naar hun land. Vreemdelingen in een risicogroep, de kans dat ze de media inschakelen om alsnog te mogen blijven is groot. Daarom moet het niet al te overduidelijk gebeuren.

De zaak waarmee hij in Pristina bezig is, is de zaak van Irin Past. Deze gaat hem iets minder gemakkelijk af dan zijn voorgaande zaken, wat bijzondere relaties tussen de hoofdpersonen en ingewikkelde, soms politieke situaties oplevert.

Lange geschiedenis

Omdat Drilling een speciaal agent is, leest een groot gedeelte van het boek als een jongensboek. Het is bijna alsof je een Nederlandse Jason Bourne (hoofdpersoon uit de films van de Bourne-trilogy) volgt. Voor het verhaal echter begint, is er wel heel veel introductie nodig. De hele situatie, alle personen die verwikkeld zijn in de situatie en een geschiedenis van zowel Albert Drilling als ons vreemdelingenbeleid zijn nodig om het boek goed te volgen. Omdat het verhaal uiteraard niet chronologisch is, is het soms even verwarrend bij welk personage de lezer is.

Dat is alleen even doorbijten en soms wat beter opletten. Want het is het waard, uiteindelijk komt er een mooi verhaal uit dat we, ondanks dat het fictie is, alleen kennen van een Mauro. En ook daar ken je maar het halve verhaal van. Ook wordt de geschiedenis van Kosovo naarmate het boek vordert duidelijk.

Onbekend verhaal

En omdat die geschiedenis en het leven in vreemdelingenkampen zo’n ver-van-het-bed-show zijn, is het boek niet bepaald voorspelbaar. Dit in combinatie met twee intrigerende hoofdpersonen, namelijk Albert Drilling die erg op zichzelf is en de temperamentvolle, volhardende en eigenwijze Irin Past, maakt een boek dat tot de laatste pagina interessant blijft. Het is een verhaal dat blijft hangen.

Heijmans schrijft beeldend en het is duidelijk dat hij weet waar hij het over heeft. Hij kent zijn geschiedenis en heeft de beschreven landen gezien. Samen met zijn schrijfstijl die ruimte laat voor fantasie maakt dit niet alleen een leerzaam boek, het leest als een spannend jongensboek. Het is alleen een spannend jongensboek voor mensen die wat ouder zijn.

Dit stuk verscheen eerder op ThePostOnline: Cult.

Advertenties