Interview met regisseur Daniele Luchetti


De bibliotheek van het Amsterdamse Ambassade Hotel is het toneel voor een interview met regisseur Daniele Luchetti. De Italiaan zit gemakkelijk en ietwat ongeïnteresseerd achterover geleund in zijn stoel. Wanneer de tolk zijn Italiaanse antwoorden naar het Nederlands vertaalt, is hij vooral druk met zijn telefoon. Afgelopen donderdag ging zijn twaalfde film Anni Felici (Those Happy Years) in Nederland in première.

Daniele Luchetti wordt in 1960 in Rome geboren als zoon van een kunstenaar. In 1983 debuteert hij als assistent-regisseur voor Nanni Moretti’s film Bianca en twee jaar later La messa è finita. In 1988 regisseert hij zijn eerste eigen film, Domani Accadrà, die door David di Donatello wordt bestempeld als beste debuut en wordt genoemd op het Cannes Film Festival in datzelfde jaar. Inmiddels heeft hij 12 films op zijn naam staan, waarvan Anni Felici, zijn laatste, ietwat autobiografisch lijkt. “De personages zijn in principe hetzelfde, de gevoelens zijn echt,” vertelt Luchetti. “Alleen de gebeurtenissen zijn verzonnen.”

Zoektocht naar vrijheid

Anni Felici vertelt het verhaal van de egoïstische Roomse kunstenaar Guido, die op zoek is naar de vrijheid. Die vrijheid neemt hij onder andere in zijn atelier met jonge vrouwen, tot woede van zijn vrouw. Beiden gaan in de film op zoek naar vrijheid en geluk, een verhaal dat wordt verteld door de de oudste van hun twee zonen, Dario, die op zijn beurt ook zijn worstelingen heeft. Alledrie de personages zijn op zoek naar iets en zitten elkaar daarbij in de weg.

“In de film heb je Guido, die wil als artiest doorbreken en avant gardistisch kunstenaar worden. Dat is wat hij weet en wat hij zichzelf oplegt. Wat hij niet weet is dat hij zich als man moet ontwikkelen. Dat hij wellicht moet lijden om dat doel te bereiken en dat is wel geïnspireerd op mijn vader, al is het niet identiek aan mijn vaders verhaal. Guido’s vrouw op haar beurt, wil haar man juist africhten, als een soort huisdier opvoeden en zorgen dat hij wat meer binnen de huiselijke sfeer past. Uiteindelijk geeft Guido hen allebei vrijheid door zijn zoektocht.”

Doodgewone keuzes

Guido probeert zijn twee zoontjes te onderwijzen in de kunst. Naarmate de film vordert, verandert zijn band met zijn kinderen. Luchetti’s band met zijn vader lijkt op de band tussen Guido en Dario. “Mijn vader is 20 jaar geleden overleden maar mijn relatie met mijn vader was zoals ik in de film laat zien. Vanaf de puberteit en zeker toen wat later ik met dit werk begon, werd het een hele sterke band. Hij was zelf ook kunstenaar en heeft me daarin enorm geholpen. Het was zijn zicht op kunst, hij had er verstand van, daarmee hielp hij me.” Het was niet alleen hulp, ook had Luchetti’s vader kritiek op zijn zoon. “Hij had vooral kritiek op de doodgewone keuzes die ik in mijn persoonlijke leven maakte. ‘Waarom ben je nou getrouwd, je moet je vrijheid behouden.’ Daarin stonden we ver van elkaar af.”

Die passie voor kunst die de band tussen zijn vader en hem zo versterkt, komt bij Luchetti pas op latere leeftijd. Op jonge leeftijd zit hij vaak in de bioscoop, maar niet vanwege de films. “Hoe het in eerste instantie bij mij is begonnen was meer een passie voor de bioscoopzaal, en niet voor de film. Ik herinner me de eerste keer dat ik naar de film ging, dat was met mijn opa. Daarna ging ik nog een keer, met mijn tante, en nog eens, met mijn ouders. Steeds naar dezelfde film. In de zomer in Rome ging het dak van de bioscoop open om frisse lucht door te laten en dan kon je de sterren en de maan zien. De rook van de bezoekers, je mocht nog binnen roken, die omhoog kringelde. Ik was gefascineerd door de filmzaal op zich, en nog niet zozeer door de film.” Hij spendeerde heel wat tijd in de bioscoopzalen. “Mijn tante nam me altijd mee naar de films van Bergman, zij begreep ze niet dus dacht ‘Ik neem mijn neefje mee, die kan het mooi uitleggen.’ Ze noemde dat schizofrene films. Dan kon ik haar vertellen wat er gebeurde in de film.” De eerste keer dat hij echt geraakt werd door een film was rond zijn 14e pas. “Dat was met Fellini, toen ik in ‘74 naar Amacord ging. Die innovatieve film raakte me toen voor het eerst, heel diep.”

Verhalen vertellen

Naast de bioscoopzaal, is ook de camera iets dat Luchetti als kind intrigeert. “Het was een obsessie van me, ik wilde altijd al een camera hebben maar ik kreeg hem nooit. Ik had er namelijk ooit eentje geleend van mijn vader, die was ik binnen een uur al kwijtgeraakt in een of ander park. Toen ik een jaar of twaalf was overging van de ene naar de andere klas heb ik er eindelijk een gekregen.” Films maken doet hij dan nog niet. “Ik vond vooral het object leuk, ik hield wel van films maar ik maakte geen verband tussen het feit dat je met die camera ook een film kan maken. Dus voor mij was het vooral een stuk speelgoed. Hij ging mee op vakantie en daar kon ik ermee spelen. Pas in de jaren 70, toen ik 16, 17 was realiseerde ik me ‘oké, daar kun je een verhaal mee vertellen’.”

Dat er verhalen verteld kunnen worden met een film moge duidelijk zijn, maar hoe gaat dat proces bij Luchetti? “Dat is eigenlijk voor zoals een film zich ontwikkelt. Het gaat om de personages en die personages hebben bepaalde verlangens of een heel expliciet doel, of juist niet zo expliciet. Daarbij volg je dan hun ontwikkeling. Als ik een avonturenfilm zou maken, dan zou dat hetzelfde zijn, alleen in het geval van Anni Felici is het basismateriaal waarmee je werkt gebaseerd op de waarheid. Maar verder ontwikkelt een verhaal zich gewoon zo. Als je twee personages tegenover dit soort conflicten zet, gaan ze zichzelf ontwikkelen, dan besluiten ze zelf wel. Je moet ze vrijlaten.”

Woody Allen

In Anni Felici zijn de relaties tussen mensen complex en zoeken de personages naar zichzelf en de vrijheid. In combinatie met een soms licht humoristische toon doet het denken aan het werk van Woody Allen. “Ik heb er nog nooit zo over nagedacht, dat deze film kan doen denken aan het werk van Woody Allen, maar ik houd erg van zijn werk. Ik vind Woody Allen een voorbeeld hoe lichtheid en verdieping samen in een film kunnen en dat bewonder ik erg aan hem.” Ander werk dat hij bewondert is de recent uitgekomen film La Grande Bellezza, die in Nederland goed werd ontvangen. “La Grande Bellezza is een emblematische film, de film is uniek, een film op zich. We maken vaak films die zich in een bepaald genre bevinden, maar deze film staat echt op zichzelf. Dat waardeer ik enorm. Het laat je nadenken.”

Nadenken en vermaken zijn volgens Luchetti de aspecten die een film succesvol maken. Het gaat niet om het één of het ander. “De cinema kan beiden doen. Een film is succesvol als deze kan vermaken en doet nadenken door middel van mooie beelden. Soms lukt dat, soms niet en is er één aspect dat er beter uitkomt dan het andere. Maar een echt succesvolle film, zoals Woody Allen die ook maakt, is een film waarin verschillende die verschillende aspecten samenkomen en dus zowel plezierig zijn om naar te kijken maar je ook kunnen laten nadenken over een bepaald onderwerp.”

Dit interview verscheen eerder op ThePostOnline.

Advertenties