INTERVIEW: Color Reporters


Op de trap bij de artiesteningang zit Bertolf Lentink te genieten van zijn after dinner-sigaretje. “Altijd de lekkerste.” Samen met Bas Wilberink speelt hij vanavond met hun nieuwe project Color Reporters in het Utrechtse poppodium Tivoli de Helling om de clubtour af te trappen. Voor ze daadwerkelijk gaan spelen, is het eerst nog even tijd voor een interview.

Tijdens het schrijven van Lentink’s laatste solo-album Bertolf (2012), komen er twee nummers uit die niet bij de soloplaat van Bertolf passen. Deze nummers schrijft Lentink samen met zijn gitarist Bas Wilberink. De Zwollenaren besluiten dat het jammer zou zijn om niet in deze lijn verder te gaan, en bovendien mist Bertolf het ‘bandjesgevoel’. Onder de naam Color Reporters schrijven de mannen in totaal twaalf nummers die samen het debuut Color Reporters vormen.

Bertolf Lentink (1980) studeert gitaar op het Conservatorium van Zwolle. Na zijn afstuderen speelt hij onder andere bij Ilse DeLange in de band. In 2009 brengt hij zijn debuut For Life uit, waarop hij bijna alle instrumenten zelf inspeelt. Er volgen nog twee albums, met succes. Bas Wilberink (1981) heeft een iets andere achtergrond. Hij leert het spelen vooral door van jongs af aan al in bands te zitten waarmee hij onder andere de titel van Beste Zanger wint tijdens de Grote Prijs van Nederland. Als het om studie gaat, maakt hij een heel andere keuze: hij studeert Journalistiek in Zwolle. Naast zijn studie en later werk in de journalistiek blijft hij altijd muziek maken, onder andere in de liveband van Bertolf en in zijn eigen band Dolorous Daze.

Goede klik

“We waren aan het schrijven voor Bertolf’s derde plaat,” vertelt Wilberink. “Een beetje aan het eind van het traject schreven we twee of drie nummers waar we eigenlijk heel blij mee waren, maar ze pasten niet op Bertolf. We vonden het jammer om er helemaal niks mee te doen waarop we verder zijn gaan schrijven.” Lentink: “Ook omdat het schrijven gewoon heel leuk was en het heel goed klikte. We hadden gewoon het gevoel dat er wel veel meer uit zou kunnen komen dan die twee nummers.”

Voorheen schreef Lentink alleen en had Wilberink vooral een coachende functie. “Ik stuurde Bas al mijn liedjes op van de derde plaat, waar hij dan zijn mening over gaf. Toen dacht ik, laten we een keer samen gaan schrijven. Dat ging goed, Bas heeft een hele andere manier van werken dan ik, waardoor ik ook weer op nieuwe ideeën kwam.” Die nieuwe ideeën lagen om meerdere redenen niet bepaald in de lijn van de soloplaat. “Bas ging ook lead zingen. Om dat op mijn plaat te zetten is wel gek. Het was leuk om te schrijven en is zijn eigen leven gaan leiden. Op een gegeven moment dachten we, dit verdient gewoon zijn eigen project.”

Vanzelf

Wat er zo goed werkt blijkt vrij simpel. “Werkte, nu niet meer hoor,” grapt Lentink. Wilberink legt het uit: “We hebben een smaak die heel erg overeenkomt, dat is al een hele grote pre als je samen gaat schrijven. Je kunt met iemand schrijven die heel erg jazz-georiënteerd is, maar dan kom je nooit tot een nummer waar je het allebei echt mee eens bent. Onze smaken liggen best dicht bij elkaar waardoor je het toch wat sneller eens bent. Dan heb je ook niet zo’n strijd tijdens het schrijven en gaat het meer vanzelf. Van ‘Zullen we dit eens proberen?’ ‘Oh ja, mooi!’ en dan ga je daarop verder.”

“Het is ook wel weer de balans. Als je alleen maar dezelfde dingen mooi vindt wordt het ook maar saai,” vult Lentink aan. “Er is een groot stuk overlap, maar Bas houdt ook bijvoorbeeld heel erg van de Foo Fighters en Smashing Pumpkins, ik heb een veel akoestischere, rustigere kant. Dat is ook juist interessant. Dat Bas zei: ‘dat zou ik nou juist niet doen’, dat hebben we ook vaak gehad. Er is ook wel eens een derde persoon bij, en dat hebben we eigenlijk twee keer gedaan, met een derde persoon, dat werkte allebei de keren totaal niet. Het is een combinatie van dezelfde smaken, maar ook van overeenkomende karakters. Een bepaalde chemie.”

Geen liefdesliedjes

Een van die derde personen is de Londense Jess Eschers. “Stuffecation is een van de liedjes die we met een derde persoon hebben geschreven,” vertelt Wilberink. “Het is een van de laatste nummers die we hebben geschreven. Op zich waren we wel tevreden of het liedje, maar het voelde niet als een liedje dat op de plaat zou passen.” Lentink: “De eerste versie was catchy en de tekst was te plat. We zijn niet vies van een radioliedje, maar het paste gewoon niet. Het was ook een soort liefdesliedje, die staan helemaal niet op de plaat. Als je als twee mannen schrijft, schrijf je geen liefdesliedjes.” Wilberink: “We hebben er echt nog een dag aan gezeten om het zo te maken dat we er allebei een goed gevoel over hadden.”

Een dag lijkt kort, maar het schrijven gaat als vanzelf voor de mannen. “Als basis namen we een drumcomputer, een baslijn er overheen, Bertolf op de gitaar en dan toetsen. Als we dan vervolgens een intro hadden, konden we verder met het couplet. Aan het eind van de dag hadden we altijd wel een nummer volledig klaar.” Lentink: “Voor mij was dat een nieuwe manier van schrijven. In plaats van te beginnen met akkoorden en tekst, arrangeerden we meteen. Daardoor wordt het arrangement net zo belangrijk als de compositie.”

Liefdesliedjes komen dus niet uit deze vlotte sessies, maar wat zijn dan wel onderwerpen die de mannen behandelen? “Song for Massachusettes gaat over dat je best competitief kunt zijn ingesteld, maar dat het ook best geruststellend is om niet meer ergens de beste in te willen zijn en te kunnen genieten van wat je zelf kan en doet,” legt Wilberink uit. “Wij zijn bijvoorbeeld niet de allerbeste band van de wereld, maar we hopen dat mensen het wel leuk vinden. Dat is heel erg toegespitst op de band, maar het kan van alles zijn.” “Je kunt gewoon moe worden van je eigen ambities,” vult Lentink aan. Wilberink: “Ik kan ook geen ding noemen waar ik het beste in ben.” Het is even stil om na te denken over waar Wilberink de beste in zou kunnen zijn. “Hoog zingen,” probeert Lentink. “Ja maar daar ben ik ook niet het beste in.” “Hm, nee,” antwoordt Lentink. “Uiteindelijk zijn natuurlijk maar heel weinig mensen de beste in iets.”

Massale stad

Waar de meeste muzikanten naar Amsterdam vertrekken om het te maken, zitten Lentink en Wilberink nog steeds in Zwolle, waar ze beiden studeerden. Waarom zijn de mannen daar gebleven en niet naar de hoofdstad vertrokken? “Toen ik was afgestudeerd heb ik een half jaartje in Amsterdam gewoond. Iedereen zei: ‘Je moet in Amsterdam zijn, wil je iets bereiken in de muziek.’ Dat is natuurlijk totale onzin. De contacten in Amsterdam zijn natuurlijk heel handig, de meeste labels zitten in Amsterdam. Maar daar hoef je niet voor in Amsterdam te wonen. Je kunt ook een demo opnemen en die opsturen naar een label dat in Amsterdam zit. Dan tekenen ze jou en dan zitten zij lekker in Amsterdam terwijl jij nog lekker in Zwolle zit.”

Voor Wilberink is de reden vrij simpel: “Ik word altijd heel onrustig als ik in Amsterdam ben. Ik vind het een hele mooie stad, maar ik zou er niet kunnen aarden. Ik ben altijd blij als ik er na een dag weer weg mag. Het is mij te massaal en individualistisch. In Zwolle heb je natuurlijk ook mensen die op zichzelf zijn, maar het is toch een ander gevoel. En Zwolle is best een mooie stad, hoor.”

Color Reporters heeft nog vier optredens van de clubtour staan. Benieuwd? Check hier de tourdata.

Foto: Bullet-ray van Olphen

Dit artikel verscheen eerder op ThePostOnline: Cult

Advertenties