BOEK: Sylvia Toebak – De uitburgering van Friedjof Madsen


Vorig jaar debuteerde Sylvia Toebak met haar roman Een zomer met Kim Bokaviet, een roman die deels voortkwam uit haar eigen ervaringen als kantoorslaaf. Ze schrijft maar door, ruim een jaar later is het tijd voor een tweede roman. Ondanks dat de titel van het nieuwe boek en de schrijfstijl van Toebak in dezelfde lijn liggen, heeft Toebak gekozen voor een totaal ander soort verhaal.

Gelukkig maar, met De uitburgering van Friedjof Madsen bewijst Toebak dat ze meer verhaallijnen kan verzinnen dan op haar eigen ervaringen gebaseerde verhalen. De uitburgering van Friedjof Madsen gaat over oud professioneel tennisser Friedjof Madsen, die na vijftien jaar huwelijk door zijn vrouw is verlaten. Hij besluit dat hij wil uitburgeren, en gaat in een stacaravan op het erf van de boerderij van Goo’s wonen, iemand die hij via een advertentie ontmoet. Friedjof verbouwt zijn eigen groenten en geeft daarnaast tennisles om bij te verdienen. Hij wil terug naar de natuur, om zijn ex-vrouw te vergeten.

Haast

Een interessant concept, het is alleen jammer dat het niet echt uit de verf komt. Wat een aanklacht tegen de consumptiemaatschappij zou moeten zijn, is een dun boek dat de helft nodig heeft om echt leuk te worden. Toebak heeft tot pagina 99 (van de 184) nodig om de karakters te introduceren. Maar de karakters blijven tot de 99 pagina’s vlak, waardoor het al snel saai wordt. Het kabbelt wat voort. Daarnaast wordt er soms in een alinea al gewisseld van gebeurtenis. Zo is het personage Chloé op zoek naar een koekenpan, terwijl ze twee regels verder al ineens een ei heeft gebakken. Dit gebeurt vaker, alsof Toebak haast had.

De keuze voor de oppervlakkige personages is daarentegen op zich wel een goede keuze. Wanneer Toebak minder ruimte had genomen om de personages ‘uit te werken’ en meer tijd had genomen voor het verhaal, had ze de juiste snaar geraakt. Immers, het verhaal gaat over de consumptiemaatschappij en de oppervlakkigheid die, in dit geval vooral onder rijke, mensen heerst. Wat is er dan mooier dan iedereen behalve je idealistische hoofdpersoon geen diepgang geven? Jammer genoeg is dat niet het geval, waardoor het pas op pagina 108 interessant wordt, wat op pagina 178 alweer afzakt. Slechts 60 pagina’s weet Toebak de interesse echt vast te houden. De rest lees je maar omdat het moet.

Humor

Gelukkig schrijft Toebak wel nog steeds met humor en heeft ze hier en daar interessante inzichten. Zo verwijst ze naar een fictieve gebeurtenis waarin een vrouw die werd aangevallen door een roofvogel aangifte deed tegen Staatsbosbeheer, wat best grappig is nu de hype van aangifte doen tegen alles en iedereen heerst. Of verklaart een van de personages zijn bril: “Met deze bril straal ik uit dat ik kunstminnend en ingewikkeld ben, intellectueel. En ik heb niet eens een bril nodig.” Dit soort kleine verwijzingen naar ‘het echte leven’ maken de tweede roman van Toebak toch nog een beetje leuk.

Het is jammer dat het verhaal niet zo goed uit de verf komt. Het concept is zo goed, maar toch kan Toebak er niet echt een goed verhaal van maken. Er is zoveel potentie blijven liggen. Iets meer diepgang en een iets hogere spanningsboog hadden het boek al een stuk beter gedaan. Nu is het vooral de humor waarvan het ’t moet hebben. Een gemiste kans.

Advertenties