Reanimeren kun je leren (en hierom kan dat belangrijk zijn)


“Ik ben nog geen achttien”, was altijd de ideale smoes om de goede doelen-verkopers op station Amersfoort te ontwijken. Maar na je, zeg, 21e werkt dat niet meer. Sindsdien besloot ik eerlijk te zijn tegen de verkopers. “Sorry, ik heb geen zin in je verkooppraatje.” Ik snap ook wel dat het een lucratief bijbaantje is. “Je hebt geen hart”, zei een jongen van het KWF me daarop ooit eens. “Dat klopt”, antwoordde ik triomfantelijk.

Egoïstisch

Ironisch genoeg is dat hart dat ik niet heb precies een probleem in onze familie. Jarenlang ben ik op zoek geweest naar welk doel voor mij nou de juiste is. Hongerbuikjes, dodelijke ziektes of de mama’s van Afrika: op één of andere manier kunnen de reclames me niet raken. Dat neemt niet weg dat het goede doelen zijn, integendeel. Maar zonder erover na te denken elke maand een tientje weg te sluizen naar drie goede doelen waar ik nooit over nadenk? Veel passiever gaat het niet worden. Niks mis met af en toe even stilstaan hóe goed ik het eigenlijk heb. En zoals de wijze Joey ooit zei: “Selfless good deeds do not exist.”

Maar zoals dat bij opgroeien gaat, langzamerhand krijg ik door wat ik belangrijk vind. Ik trek me het leed van verwaarloosde of mishandelde kinderen heel erg aan, daar heb je in Nederland een hele toffe stichting voor. En, natuurlijk is dat ook eigenbelang omdat het familiair is, onderzoek naar hart-, en vaatziekten vind ik belangrijk. Het feit dat er elke dag 35 mensen overlijden aan een hartstilstand vind ik toch vrij veel. Ik werd aan het denken gezet door een spotje van de Hartstichting.

Uitstelgedrag

Het zal wel een millennialdingetje zijn, ik wilde wel een cursus doen maar stelde het steeds uit. Komt wel, denk je dan. Tot een familielid aan een hartaanval overleed. Door een scheur bij het hart had reanimatie geen zin. Toch kwam de buurjongen meteen langs om de reanimatie over te nemen. Maar in veel gevallen weet je niet wie van je buren kan reanimeren. Wat doe je dan? De ambulance heeft een aanrijdtijd van een kwartier, terwijl de eerste zes minuten cruciaal zijn. Het drukte mij wel even goed met de neus op de feiten. Ik woon in Amsterdam, waar meer dan 5000 mensen per vierkante kilometer wonen. Die burgerhulpverlening zou best goed van pas komen hier. Gisteren deed ik eindelijk de cursus. Vandaag heb ik me aangemeld als burgerhulpverlener.

50 procent

Komende zondag vieren we de verjaardag van mijn opa. Als dat ene familielid erbij was geweest, had hij weer geïnteresseerd gevraagd naar mijn werk en waarschijnlijk lachend wat gezegd over dit blog. Maar dat gaat niet gebeuren. Door burgerhulpverleners is de kans op overleven 50 procent groter. Dat is 50 procent meer kans dat iemands familielid nog wel op die ene verjaardag zit, gezamenlijk met echtgenoot en kinderen. De cursus is een kleine moeite, net als je aanmelden als burgerhulpverlener. Al red je er maar één iemand mee. Je maakt er zoveel mensen blij mee.

Beeld via Pixabay